Terug naar hoofdinhoud
Droogte

Droogte in Limburg vraagt om andere aanpak

  • Afbeeldingen ©: rawpixel.com
  • AWP-fractievoorzitter Marja Hilders wil van het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg weten wat het "Convenant Voldoende Zoetwater Limburg 2026-2050" in de praktijk gaat betekenen. Centraal staat de vraag of deze overeenkomst daadwerkelijk leidt tot andere prioriteiten, extra maatregelen en de inzet van meer mensen en middelen bij het waterschap. Het eerste uitvoeringsprogramma moet in 2026 worden vastgesteld en in 2027 van start gaan.

    Is het tempo haalbaar?
    Een belangrijk punt is de haalbaarheid van de plannen. Het werkgebied van Waterschap Limburg omvat ongeveer 2.200 vierkante kilometer. Volgens de vragensteller zou tot 2050 jaarlijks circa 100 vierkante kilometer klimaatrobuust moeten worden gemaakt.

Zij wil weten welk deel daarvan voor rekening van het waterschap komt en wat er gebeurt als dit tempo niet haalbaar blijkt. Daarbij speelt ook de vraag hoelang maatregelen vrijwillig kunnen blijven en welke bevoegdheden de Bestuurlijke Klimaatadaptatie Tafel Limburg heeft om maatregelen eventueel af te dwingen.

Meten hoeveel water wordt onttrokken
Veel aandacht gaat uit naar het meten en registreren van grond- en oppervlaktewateronttrekkingen. Hilders vraagt wie verantwoordelijk wordt voor het monitoringsplan en of daarbij ook daadwerkelijk wordt vastgelegd hoeveel water wordt onttrokken. Ook wil zij weten of Waterschap Limburg hiervoor gaat samenwerken met buitenlandse waterbeheerders in grensoverschrijdende stroomgebieden, zoals die van de Geul, Jeker, Roer, Swalm en Niers.

Grondwatergebruik beter in beeld
Volgens Hilders is juist door de huidige droogte duidelijk geworden dat onvoldoende bekend is hoeveel grondwater de landbouw in Limburg onttrekt. Zij vraagt daarom of het logisch is dat het waterschap de registratie daarvan op zich neemt. Ook wil ze weten of bij het nieuwe Tactisch Meetplan Waterkwantiteit al rekening wordt gehouden met het zoetwaterconvenant.

Nieuw beleid om grondwatergebruik te beperken
Tot slot verwijst Hilders naar uitspraken van waterschapsbestuurder Arnold Jansen, die heeft aangegeven dat nieuw beleid of een aangepaste verordening nodig is om het grondwatergebruik te beperken. Ze vraagt hoe het dagelijks bestuur dat wil regelen, wanneer het algemeen bestuur daarover een voorstel krijgt en of het zoetwaterconvenant daarvoor een juridische basis biedt. Ook wordt gevraagd of de verdeling van verantwoordelijkheden tussen Provincie Limburg en Waterschap Limburg aanpassing van het nieuwe "Nationaal Water Programma 2028-2033" noodzakelijk maakt.

Kort samengevat.
De twaalf vragen draaien vooral om de vraag of het zoetwaterconvenant meer is dan een gezamenlijke ambitie:
• wie gaat welke maatregelen uitvoeren,
• hoe wordt gecontroleerd of de doelen worden gehaald,
• hoeveel water wordt werkelijk onttrokken en
• wat gebeurt er als vrijwillige maatregelen onvoldoende resultaat opleveren?


Beken en grondwater op kritiek niveau

07.08.2026

De aanhoudende droogte in Limburg zorgt voor steeds grotere problemen. Voor 85 procent van de Limburgse beken geldt inmiddels code rood en een deel van de beken dreigt de komende weken helemaal droog te vallen. Ook het grondwater staat uitzonderlijk laag. Op sommige plaatsen ten westen van de Maas is de grondwaterstand 75 centimeter tot een meter lager dan gemiddeld.

Geen volledig beeld van watergebruik
Tegelijkertijd heeft Waterschap Limburg geen volledig beeld van de hoeveelheid grondwater die wordt opgepompt. Particuliere waterputten hoeven niet te worden geregistreerd en ook bij agrariërs wordt het waterverbruik niet voortdurend gemeten. Zij geven hun gebruik achteraf door.

AWP kritisch over voorbereiding
AWP-fractievoorzitter Marja Hilders vindt dat het waterschap zich onvoldoende op deze situatie heeft voorbereid. Zij heeft hierover een uitgebreide reeks vragen gesteld aan de dijkgraaf en het dagelijks bestuur. Volgens haar ontbreken actuele gegevens, duidelijke regels voor het beperken van grondwatergebruik en een goed uitgewerkt plan voor ernstige droogte. Ze pleit onder meer voor verplichte debietmeters, zodat precies bekend is hoeveel water wordt opgepompt.

Waterschap wil maatregelen aanscherpen
Waterschap Limburg vindt zelf inmiddels ook dat de aanpak moet veranderen. Bestuurder Arnold Jansen zegt dat de huidige werkwijze „niet langer houdbaar” is. Het waterschap onderzoekt daarom debietmeters en de mogelijkheid om tijdens droogte ook het oppompen van grondwater te beperken. Daarnaast wordt gekeken naar het langer vasthouden van water, bijvoorbeeld in natte natuur, en naar hergebruik van gezuiverd rioolwater.

Kritiek en plannen wijzen dezelfde kant op
De kritiek van AWP en de reactie van het waterschap wijzen daarmee grotendeels in dezelfde richting: Limburg moet beter weten hoeveel grondwater wordt gebruikt en meer maatregelen nemen om water vast te houden voor steeds vaker voorkomende droge perioden.:

+ L1 over de droogte in Limburg ⇢

+ De Limburger over code rood voor Limburgse beken ⇢

Meer meten en gegevens openbaar maken
Een belangrijk onderdeel is volgens AWP daarom een veel beter meet- en registratiesysteem. Boeren en bedrijven die water onttrekken zouden volgens Hilders met debietmeters precies moeten registreren hoeveel water zij gebruiken. Bronnen zouden bovendien goed moeten worden gedocumenteerd.

Volgens de brief lopen sommige meetgegevens momenteel acht tot tien jaar achter. Hilders wil een continue stroom van actuele gegevens, waarbij informatie van verschillende overheden wordt samengebracht en openbaar beschikbaar wordt gemaakt. Ze vraagt het waterschap ook wanneer het gebruik van debietmeters verplicht wordt.

Grond- en oppervlaktewater samen bekijken
AWP vindt daarnaast dat grondwater en oppervlaktewater niet los van elkaar kunnen worden beheerd. Een dalende grondwaterstand kan gevolgen hebben voor beken en natuur, terwijl het peilbeheer van oppervlaktewater weer invloed heeft op het grondwater. Volgens Hilders moet die samenhang daarom een belangrijk uitgangspunt worden bij beleid, vergunningverlening en waterbeheer.

Ook zou in natte perioden meer water moeten worden vastgehouden voor droge tijden. In de brief wordt onder meer gepleit voor eerder omschakelen van winter- naar zomerpeilen en voor het beter benutten van stuwen.

 Ook provincie moet aan tafel
Tot slot vraagt Hilders om nauwere samenwerking tussen Waterschap Limburg en de provincie. De provincie is verantwoordelijk voor de grotere grondwateronttrekkingen en voor het provinciale grondwaterbeleid. Volgens haar is een effectieve aanpak van ernstige droogte daarom alleen mogelijk wanneer provincie en waterschap gezamenlijk optreden.

Ze stelt onder meer een gezamenlijke bestuurlijke aanpak voor, met betere monitoring, scenario's voor verdere daling van het grondwater en samenwerking met onder andere drinkwaterbedrijf WML en de veiligheidsregio. Ook vraagt ze om een volledig overzicht van grondwaterwinningen en gebieden waar juist structurele grondwateroverlast voorkomt.

De kern van de kritiek:  volgens AWP heeft Waterschap Limburg wel opgeschaald naar code rood, maar ontbreken nog te veel actuele gegevens, vooraf uitgewerkte maatregelen en bestuurlijke afspraken om tijdens ernstige droogte daadwerkelijk gericht te kunnen ingrijpen.

  • Laatste update op .
Laat reactieformulier zien
Deel dit bericht⇢