HISTORIE

Nostalgie-Verhalen

Vergeten beroepen

Bron: NPO Andere Tijden

Wie weet nog wat een klepperman vroeger deed? Of de porder? Andere Tijden brengt in deze beeldspecial een ode aan de vakbekwame mensen van vroeger, geheel opgebouwd uit archieffilms. Sommige beroepen zijn echt verdwenen. De tonnenman komt geen poepdoos meer halen en walvisvaarders verdienen hier geen stuiver meer. Andere beroepen zijn juist weer helemaal terug, zoals de barbier. 

 

  • Laatste update op .

Sjarel de nietsnut

Twee korte anekdotes van Jo Smeets

In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw zijn er in elk dorp wel mannen te vinden die veel liever lui zijn dan moe. Zo’n kerel verdient soms wat geld als dagloner bij de boer. Echter alleen als het niet anders kan, want z’n vrijheid is hem heilig.

nietsnutten

Zo is er het verhaal dat een boer in Elsloo op weg is om het koren van het land binnen te halen. De lucht ziet er dreigend uit, er is regen op komst. Om het koren droog in de schuur te krijgen is dan natuurlijk elk paar handen welkom. Op weg naar z’n land komt die boer Sjarel tegen die in de berm ligt te luieren met ‘n strootje in z’n mondhoek. De boer denkt hem te kunnen overhalen om een handje te helpen. Hij belooft Sjarel een klein bedrag als ie mee het land opgaat.
“Meehelpen?!” zegt Sjarel, “ik betaal jou het dubbele bedrag als je even van die wagen afstapt en mij op mijn andere zij legt”. 


De mug, de wesp, de vlieg en soortgelijke types, dit zijn niet de beste maatjes van de mens. Hoe klein en nuttig ook, zij kunnen ons danig op de zenuwen werken. Zo is alles nog oke, of daar meld zich zo’n diertje. De ijscoupe of dat glas fris smaakt prima totdat....

Vijftig, zestig jaren geleden op een boerderij met een veestapel en mesthoop om de hoek is er geen ontkomen aan vliegen soms erg veel vliegen. De boerin heeft al van alles geprobeerd, maar niets helpt om dat leger vliegen uit haar keuken te krijgen. Lapsjwans Sjarel is dit ter ore gekomen en gaat naar de boerin om z’n diensten aan te bieden. “Ik ga je van die vliegen afhelpen”: zegt hij. De boerin vraagt welke hulpmiddelen hij hiervoor nodig heeft. “Niets”, zegt Sjarel, “maar met een lege maag kan ik niet werken”. De boerin spreekt al haar kookkunsten aan en na enkele uren is hij content.

Na het eten te hebben laten zakken, is het tijd voor actie. Sjarel vraagt de boerin om hem te helpen. “Wat moet ik doen?”, vraagt zij. “Nou dit is mijn plan, je geeft mij aan een voor een die vliegen en vervolgens draai ik ze de nek om”.

  • Laatste update op .

Catsop van vreuger

Guus Smeets uit Catsop heeft sinds kort zijn eigen Facebook pagina en een blog onder de naam "Catsop van vreuger"

https://www.facebook.com/Catsop-van-vreuger-179485952664261/ 

en

https://catsopvanvreuger.com

Hieronder een van de vele mooie foto's op Catsop van vreuger.

lucie claessen 1

Linksboven Anna Claessen Rechtsboven Marie Cleassen en onder Lucie Claessens uit de Daalstraat

Heeft u foto's, verhalen, anekdotes of wat dan ook, stuur ze naar Guus en ze krijgen een mooi plekje! Guus Smeets mail >

  • Laatste update op .

Camping Kikmolen

Door Jo Smeets

Met vriend Math raak ik verzeild op het buitenterras van forellenvijver De Pelikaan te Opgrimbie. Het is erg warm en we zitten onder een schuine overkapping die wordt gekoeld door water dat in de bloembakken druppelt. We komen hier opnieuw terecht, omdat wij jaren geleden hier kwamen vissen. Math met z’n zonen en z’n vader Martin. Toentertijd was forelvissen een activiteit die wij geregeld ondernamen. Niet alleen in Opgrimbie maar ook in Opoeteren bij De Schans en elders.

Deze middag hier zitten er twee vissers. Met een Belgisch biertje onder handbereik worden herinneringen opgehaald. Nou is het zo, dat ik niet meer precies wist waar ik moest inrijden om bij deze vijver te komen. Zo gebeurt het dat wij eerst terecht komen op de parkeerplaats van camping Kikmolen te Opgrimbie.

Op het terras van De Pelikaan vertel ik Math over onze eerste gezinsvakantie en die was op camping de Kikmolen. Een zus van mijn moeder had toen op deze camping een houten huisje gekocht. Middenstand uit Stein en geld om zo iets te betalen. Men had geregeld dat wij hier ’n weekje konden logeren.

Voetveer Maas Elsloo 1938

Voetveer Elsloo, getekend door C.Rol en opgenomen in een album van Jac.P.Thijsse uit 1938

De grote bel aan de Elsloose kant van de Maas werd geluid en aan de overkant in het cafe kwam iemand in beweging. Met het voetveer staken wij de Maas over en kwamen in Kotem terecht. Van Kotem naar Opgrimbie is niet ver. In het Verkade-album “Onze groote rivieren” uit 1938 van Jac. P. Thijsse is een mooie tekening opgenomen hoe dit veerpontje er toen uitzag.
De autosnelweg die er nu ligt en grenst aan het campingterrein, is in 1973 geopend.

Voetveer Maas Elsloo 1990

Dezelfde locatie, kort voordat de huizen gesloopt werden

Ik zeg tegen Math in welk jaar zou die vakantie zijn geweest? Ik weet nog dat het nummer "In the summertime" van Mungo Jerry toen een grote hit was en elk uur werd gedraaid op je draagbare radio. “Dat zoek ik even op met m’n smart-phone” : zegt Math. Het jaar 1970. Ook het liedje "Neanderthaler man" van de groep Hotlegs klonk toen geregeld door de speaker.

Op de camping was het natuurlijk behelpen in zo’n klein huisje met twee gezinnen, maar lol hebben wij gehad. Ik herinner me dat het huisje niet voor iedereen een bed had, dus elke avond was er ’n kleine verbouwing want we moesten op luchtbedden slapen in keuken en woonkamer. Natuurlijk was er ook aanloop van familie. Een vrijgezelle oom uit Geverik kwam ons opzoeken per brommer. Laat hij nou de pech hebben dat z’n brommer kapot ging op weg naar ons. Bij aankomst bij het vakantiehuisje stond het zweet op z’n voorhoofd.

In de zomer van 2017 rij ik weer die parkeerplaats op van camping De Kikmolen. Het weer is prachtig en ik vraag aan de kassamevrouw of ik even mag rondkijken. Meer dan 45 jaar geleden ben ik hier voor het laatst geweest. Tussen de bomen liggen nog steeds, omringd door dennennaalden en dennenappels, de datsjas. Trouwens zo’n dennenappel kan het weer voorspellen.

In het midden van het uitgestrekte terrein ligt een grote plas die niet diep is. Ik meen mij te herinneren, dat toen mijn moeder destijds uitgleed en in dit water terecht kwam, Baywatch hoefde niet uit te rukken. Twee reuze glijbanen completeren nu deze waterpret. Het is er niet druk voor de dagrecreatie, terwijl het toch vakantietijd is.
Ons wisselvallig weer en het feit dat verre vakanties goedkoop zijn, zijn oorzaken waarom buitenattracties in onze regio het moeilijk hebben. Slechts een handvol mensen op de ligweide of in het water. Waaronder twee meisje van ik denk acht/negen jaar die mij ten afscheid naroepen: “U bent eng”

  • Laatste update op .

De kofferpik

Een verhaal van Jo Smeets

Tegenwoordig neemt het kopen via internet een steeds hogere vlucht. Naar een winkel gaan om iets te kopen neemt af. De leegstand van vele winkels wordt hierdoor gedeeltelijk verklaard.

Ooit zag het landschap van kopen en verkopen er heel anders uit. Zo was op het platteland de wekelijkse markt de ontmoetingsplek, hier werden ook de nieuwtjes uitgewisseld.
In de steden waren grote markten waar de plattelanders naartoe trokken om hun waren te verkopen. De opkomst van de middenstand in jaren 50 van de vorige eeuw was een nieuw hoofdstuk. Elke plaats kregen een bakker, slager of kruidenier en vele anderen producten volgden.

In Elsloo was dit niet anders. Jannes de Bekker (brood), Tjeu de Aolber (textiel) om enkele namen te noemen. (Hier een lijst van Elsloose winkels in 1935, dat waren er in 50-er jaren al wat minder, maar desondanks gigantisch ten opzichte van het huidige aanbod!)

Ondanks de opkomst van de vele soorten winkels in die naoorlogse jaren, kwamen er in Elsloo en omstreken ook deur-tot-deur verkopers. Deze boden kleine artikelen te koop aan. Het hele prille begin ligt eeuwen terug toen reisde de marskramer rond.

Momenteel is in het straatbeeld de bestelfiets weer aanwezig. Veel jongeren fietsen er op rond; met of zonder kratje (Jupiler)

De kofferpik had midden vorige eeuw ook zo’n stevige fiets, zij het uit noodzaak vanwege zijn mee te vervoeren handelswaar. Natuurlijk heette hij anders, maar in de volksmond werd ie zo genoemd. De kofferpik was een rijzige man gekleed in overjas en had een gleufhoed op. In z’n grote lederen koffer zaten vele spullen die het huishouden eenvoudiger maakten. Hij zou zelfs parisers (condooms) in het assortiment hebben.

Toen gold, als je geld kon besparen door af te pingelen op de verkoopprijs, je dit moest doen. Maar de kofferpik kende z’n klandizie en verhoogde dan vooraf de vraagprijs zodat hij toch met een aardige winstmarge verkocht. Kortom beide partijen waren tevreden.

Aangezien destijds alle getrouwde vrouwen letterlijk een echte huisvrouw waren (mannen waren de kostwinners) belde de kofferpik niet tevergeefs van deur tot deur aan.

In die vijftiger jaren was het vaak zo dat meerdere generaties onder 1 dak woonden. Het begrip mantelzorg moest nog worden uitgevonden. Zo belde de kofferpik op een dag aan bij een huis in Meers en vroeg of men iets nodig had. De inwonende opa opende de voordeur en zei bij het horen van leesbrillen: “kom binnen”
De straatventer opende z’n koffer en gaf opa een leesbril. Deze zette hem op en hij keek op het papier. Wat er stond was en bleef voor opa abacadabra, maar hij beet nog liever op z’n tong dan dit toegeven. Dus werd een andere bril geprobeerd; met hetzelfde resultaat.

Na een hele reeks pogingen werd de kofferpik buiten gezet. Opa verweet hem dat hij leesbrillen verkocht die niet deugden. De straatventer was een oplichter. Senior had gedacht, dat met het kopen van een leesbril het voortraject het leren lezen, kon worden overgeslagen.

  • Laatste update op .

Groeten uit Noorwegen van Martin Janssen

Zo nu en dan krijgen we reacties van geëmigreerde Elslonaren die o.a. via deze site voeling met hun geboorteplaats houden.
Gisteren ontvingen we een alleraardigste reactie van Martin Janssen, kleinzoon van Harie d'n Urgel (zijn eigen woorden)

Martin is van de jaargang 1942 en geboren en getogen in het vroegere café Neerlandia, bijgenaamd "Gusjke", nu heet de locatie De Dikke Stein.

Het was zo'n typische muzikanten-familie die elk dorp vroeger had. Naast zijn opa Harie waren daar nog de rasmuzikanten Cornelis, zijn oom Pierre en oom Mathieu (de dirigent).

Martin Janssen woning

Ook Martin werd beroepsmuzikant en vertrok al vroeg uit Elsloo, om uiteindelijk in 1981 te belanden in Hellesylt, een dorp in Noorwegen met 800 inwoners. Dat ligt direct aan de Geiranger Fjord, de mooiste fjord van Noorwegen. Hierboven een foto van zijn woning.

Martin doet iedereen de hartelijke groeten vanuit Noorwegen. Via "reacties" onder dit artikel kunt u naar Martin reageren.

  • Laatste update op .

Theehuisje Elsloo

Onder royale belangstelling werd afgelopen zaterdag 12 november 2016 het nieuwe Theehuisje op het Kasteelpark geopend. Met het oog op het gure weer werd het een korte ceremonie die werd opgeluisterd door de N'Awlins Brassband en Regiment d'Arberg.

Het huisje is een exacte kopie van het oorspronkelijke theehuisje, 't "Zomerhuuske" zoals het in Elsloo wordt genoemd. Guus Peters van het Regiment d'Arberg deed de suggestie dat Rijkswaterstaat 5 populieren langs het Julianakanaal moet rooien om de blik vanaf het theehuisje richting Maas en België helemaal authentiek te maken.

Voorzitter Ger Frenken van het Limburg Landschap richtte lovende woorden aan parkcommissie, sponsorstichting, NV Theodora, subsidiënten en sponsoren uit bevolking en bedrijfsleven die zorgden dat de benodigde 80.000 euro op tafel kwam.
De opening werd symbolisch verricht door een kopje thee te drinken met de aan de rand van het Kasteelpark wonende dames Annie Grootjans, Tiny Vaessen en Paula Taalman. 

Opening Theehuisje 12.11.2016

Foto's Pierre Reubsaet, Wim Hanssen | Klik voor vergroting

Lees meer: Theehuisje Elsloo

  • Laatste update op .

La Cucaracha!

Goed, ik heb dus een probleem met herinneringen. Er zijn mij heel veel mooie dingen overkomen in mijn leven, soms totaal onverwacht. Ik weet zeker dat het fijn was maar de details ben ik kwijt. Wat voor kleur was dat? Waar was dat? Hoe heette ze ook alweer? Waarom zijn er dan dingen die je eigenlijk niet onthouden wilt en die toch steeds blijven plakken? Het ziet ernaar uit dat we het ermee moeten doen.

In mijn vroege jeugd woonden we in een buurtje in Heerlen. Het was er rustig, je kon er goed spelen en uiteraard kenden we alle paadjes en achterommetjes. Zo af en toe gebeurde er iets in het straatje. Auto’s waren er in de 50-er jaren nog niet zo veel. De buurman had er een, een ‘Traction Avant’ en een oom, die in verzekeringen deed, kwam af en toe langs met een Volkswagen kever. We mochten dan een rondje meerijden, om het pleintje bij ons voor de deur, feest was dat! Een keer kwam ik met mijn vinger tussen de deur en mocht ik als troost een extra rondje! Ik herinner mij nog het gemengde gevoel dat ik toen had met mijn kloppende vinger.

De bakker kwam aan de deur met een bakfiets en soms kwam de lompenman (in Limburg: ‘d’r loemelekeël’) de afgedragen kleding verzamelen. Van onder uit de straat riep hij: ‘Loemelé.... loemeleeee!’ En dan, in de zomer, dan kon het zomaar gebeuren dat een ijscoman de straat verblijdde met zijn bezoek. Hij had een fietskar met twee ronde bakken, gevuld met smeuïg schepijs. Aan de handgreep van de bakfiets hing een koperen bel en klonk het twee keer ‘tingelingeling’ in de straat, dan wist je: daar is hij... ijsjes!

Hieronder de ultieme lofzang op de ijscoman door Jonathan Richman & The Modern Lovers (1977)

Ik hou van Limburg en ik mag er graag wonen. Daarom ben ik nooit vertrokken. De zachte lijnen van het glooiende landschap bekoren mij steeds weer opnieuw. Kom je terug van vakantie en zie je die heuvels weer, dan denk je: ‘Waar ben ik eigenlijk naar op zoek? Het ligt hier gewoon naast de deur!’ Zonder twijfel de mooiste hoek van Nederland. Misschien ook wel omdat het een beetje België is.

Nu heeft dat landschap een klein nadeel voor mij. Ik woon aan de rand van een dorp en achter mijn woning glooit het landschap in een lange lijn langzaam omhoog. Daar ligt een grote nieuwbouwwijk, aan het einde zo’n tien meter hoger dan mijn huisje. Mooi, zou je zeggen, en je hebt gelijk, totdat het buiten warmer wordt dat 10 graden Celsius. Dan komt van over de grens –jawel voor auto’s, ondernemers en belastingen is België een paradijs- een ijscoman met een grote gekleurde bestelauto, helemaal omgebouwd tot verkooppunt, met aan de trekhaak een fikse generator. Hij begint ’s morgens om een uur of elf en werkt door tot het écht te donker wordt voor kinderen.

Maar de luxe bestelbus verraadt het al: de ijscoman is ‘bij de tijd’. Geen lieflijk Pavlov belletje, waardoor bij kinderen het water in de mond loopt, nee tegenwoordig moet het elektronisch. Nu weet ik nog: vroeger moest je, om met een geluidswagen door de straten te rijden, eerst een vergunning aanvragen bij de gemeente, maar tegenwoordig maakt men kennelijk voor de kleine zelfstandige ijsventers een uitzondering. Ondernemerschap moet immers gestimuleerd worden.

Hij begint hélemaal achter in die hoger gelegen nieuwbouwbuurt en zigzagt, tergend langzaam, naar beneden. Uit zijn dubbele hoornluidspreker schalt de hele dag in elektronisch gegenereerde tonen ‘La cucaracha, la cucaracha tiedeldiedeldiedeldom!’ Continu... en als het even stopt, dan weet je: nu kan hij de bestelling niet horen. Kan iemand eens een paar sokken in die luidsprekers duwen zeg? Vreselijk, je zou er bijna een hekel aan ijs van krijgen. Dat gaat zo door tot in de avonduren en ik vraag mij weleens af: hoeveel ijs-eters zijn er eigenlijk in ons dorp?

Er komt geen eind aan. O ja, hij heeft één variant, er zijn dagen dan gebruikt hij een ander melodietje. Ik heb nog niet kunnen ontdekken waar deze plotselinge wisseling vandaan komt, maar ineens klinkt het de hele dag: ‘Mister sandman ping pong pong pong’. Misschien is zijn vrouw dan in haar periode of zoiets? En ik mij maar steeds afvragen of dat allemaal zomaar mag. Zal ik eens een klacht indienen? Het allerergste is: dit zijn ook weer van die klote melodietjes die dan in je hoofd blijven hangen, diep in het onderbewuste en dan loop je ergens op vakantie, vér weg van Limburg en Nederland, begin je ineens dat godvergeten deuntje te neuriën. Sta je te wachten op je ‘pain bien cuit, mais pas trop’ fluit je ineens 'la cucaracha, la cucaracha...!’ Zou onze ijscovriend weten dat 'cucaracha' staat voor kakkerlak?

© Marc van der Hijden, Elsloo

Wil je meer verhalen lezen, of wil je zelf graag een verhaal vertellen?
Kijk dan eens op de site www.mijnverhaal.nu

  • Laatste update op .

Toen is Elsloo modern geworden

Tijdens Monumentendag 13 september 2015 bezocht mevrouw Van Schendel-Haenen, met haar 96 jaar een van de oudste inwoonsters van Elsloo, de tentoonstelling 80 jaar Julianakanaal. Een echte Elsloose die opgroeide in de Maasberg en daardoor de aanleg van het kanaal en de gevolgen daarvan van nabij meemaakte. De Limburger wijdde er een dag later een hele pagina aan. U kunt het interview hier lezen >

klik op afbeeldingen voor vergroting

  • Laatste update op .

Redactie

  • Dross de Limpensstraat 4
    6181EJ Elsloo

  • 06.10572675

Voorwaarden & Info

© Wim Hanssen Elsloo

Cookies
Voor het optimaal functioneren van deze website worden cookies op uw computer geplaatst. Daarbij worden geen persoonlijke gegevens opgeslagen. Door op ‘Akkoord’ te klikken, accepteert u het plaatsen van cookies. Als u cookies weigert, kunt u de website gewoon blijven gebruiken maar dan werken de website of onderdelen daarvan mogelijk niet optimaal.