
Vergeten brieven op een stoffige zolder
- Afbeeldingen ©: Marcel Hendriks
Door Marcel Hendriks, juni 2026
Begin jaren tachtig vond ik op een stoffige zolder in Schiebroek, Rotterdam — waar in geen eeuwigheid meer iemand was geweest — een aantal brieven en kaarten uit 1942 en 1943. Tastbare herinneringen aan vroegere bewoners. Ik nam ze mee naar huis om ze op mijn gemak te kunnen lezen.
Het bleek correspondentie te zijn van ouders aan hun dochter Annie de Bie, die tijdens de oorlog was ondergebracht bij de familie Paumen aan de Dorpstraat in Elsloo. De brieven beginnen steevast met "Lieve Annie" en zijn geschreven in een warme, huiselijke stijl. Ze geven een bijzonder inkijkje in het dagelijks leven van een Rotterdams gezin in oorlogstijd.
Een oorlogsverhaal dat na tachtig jaar onverwacht een vervolg kreeg.

Rotterdam ging in die jaren zwaar gebukt onder de gevolgen van de oorlog. Om kinderen te beschermen tegen bombardementen, voedselgebrek en de onzekerheid van het leven in de grote stad werden velen tijdelijk ondergebracht bij familie of gastgezinnen elders in het land. Ook Annie vond een veilig onderkomen in Elsloo.
In de brieven proberen haar ouders hun dochter zoveel mogelijk bij het gezinsleven te betrekken. Ze schrijven uitvoerig over wat er thuis gebeurt: wie er op bezoek komt, welke familieleden jarig zijn en hoe het met iedereen gaat. Namen als tante Marie, oom Frans, Henk en Joop keren regelmatig terug.

Kinderen De Bie in 1943
Een van de mooiste voorbeelden is de beschrijving van de verjaardag van haar jongere broertje Carlie. Alle cadeautjes worden zorgvuldig opgesomd: een paard-en-wagen, twee legdozen, kleurboekjes, kleurkrijtjes, een doosje bonbons en andere kleine geschenken. Maar vooral het kerkboek "waar die zoo grootsch mee was" krijgt bijzondere aandacht.
Ook ziekte en gezondheid komen aan bod. Vader schrijft dat hij een tijd ziek is geweest en nog enkele weken rust moet houden. Verder vertellen de ouders over een pijnlijk bezoek aan de tandarts, waarbij zij nuchter opmerken: "Beter even pijn dan altoos."
Tussen de regels door blijft de oorlog voortdurend voelbaar. Zo wordt terloops melding gemaakt van luchtalarm. Toch proberen de ouders hun dochter niet onnodig ongerust te maken. De toon blijft hoopvol en geruststellend. "Gezien de omstandigheden gaat het best", schrijven zij.
Vrijwel iedere brief eindigt met hartelijke groeten van familieleden en bekenden. Steeds opnieuw spreken de ouders hun dankbaarheid uit voor de goede zorgen van de familie Paumen.
Juist doordat de brieven vooral gaan over het gewone leven — familiebezoek, verjaardagen, school, gezondheid, geloof en kleine huiselijke gebeurtenissen — vormen zij een bijzonder tijdsdocument. Geen officieel oorlogsverslag, maar het dagelijkse leven van een gewoon gezin dat probeert de moed erin te houden.

Op zoek naar Annie
Na jarenlang nauwelijks meer aan de brieven te hebben gedacht, kreeg ik ze onlangs weer toevallig in handen. Terwijl ik ze opnieuw las, begon ik mij af te vragen hoe het Annie na de oorlog eigenlijk was vergaan.
Ik besloot op onderzoek uit te gaan. Via de website van Historiehuis van de Maasvallei in Elsloo kwam ik terecht bij mensen die zich bezighouden met de geschiedenis van het dorp. Zij brachten mij in contact met Frans Stassen en zijn zus Maria Wiekken-Stassen, kleinkinderen van de familie Paumen.
Tot mijn verrassing bleek Annie binnen de familie nog altijd een bekende naam. Frans vertelde zelfs dat hij haar als jongen persoonlijk had ontmoet. Daar bleef het niet bij.
Tijdens het ontruimen van het ouderlijk huis waren namelijk ook brieven van Annie teruggevonden. Maria had deze inmiddels geschonken aan het Streekmuseum van Elsloo ten behoeve van een tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog.
Dankzij haar medewerking en die van het museum kreeg ik scans van de complete correspondentie. Ineens konden ontbrekende puzzelstukken van dit bijzondere oorlogsverhaal, ruim tachtig jaar later, weer op hun plaats vallen.
Een brief uit september 1944
Een brief van 3 september 1944, geschreven door Annie's grootvader aan de heer en mevrouw Paumen, markeert een belangrijk omslagpunt.
De geallieerden rukten op richting Zuid-Limburg en het gebied rond Elsloo dreigde zelf frontgebied te worden. Waar Annie enkele jaren eerder juist naar Limburg was gestuurd om aan de oorlog in Rotterdam te ontsnappen, leek de situatie nu precies omgekeerd.
Grootvader stelde daarom voor dat de familie Paumen naar Rotterdam zou komen om het oorlogsgeweld te ontvluchten. Vermoedelijk is daarvan niets terechtgekomen. Wel lijkt Annie korte tijd later naar haar ouders in Schiebroek te zijn teruggekeerd.
Annie vertelt haar eigen verhaal
Vanaf dat moment verandert de correspondentie ingrijpend. Niet langer lezen we alleen de brieven van haar ouders; nu horen we ook Annie zelf.
In twee brieven van 13 en 28 mei 1945 beschrijft zij uitvoerig de laatste oorlogsdagen en de eerste weken na de bevrijding van Rotterdam en Schiebroek.
Ze vertelt over de enorme voedseltekorten na de Hongerwinter, de voedseldroppings, de hulp van het Rode Kruis en de eerste tekenen van herstel. Ook schrijft zij enthousiast over de bevrijdingsfeesten die overal worden georganiseerd.
Maar Annie beschrijft ook de schaduwzijde van de bevrijding. Zij vertelt hoe vrouwen die omgang hadden gehad met Duitse militairen publiekelijk kaal werden geschoren en hoe NSB'ers door de Binnenlandse Strijdkrachten werden opgesloten in de kelders van gebouw Arcadia in Schiebroek.
Tussen deze gebeurtenissen door schrijft zij over een groot persoonlijk verlies: het overlijden van haar jongste broertje.
Daardoor krijgen haar brieven een bijzondere emotionele lading. Ze zijn niet alleen een verslag van oorlog en bevrijding, maar ook van verdriet, veerkracht en het gewone leven dat ondanks alles doorging.
Een tweede familie
Misschien wel het meest ontroerende aan de teruggevonden correspondentie is de manier waarop Annie haar gastouders aanspreekt.
Haar brieven beginnen niet met "Geachte heer en mevrouw Paumen", maar eenvoudig met: "Lieve Vader, Moeder en zusjes."
Die woorden zeggen eigenlijk alles. Ze laten zien hoe sterk de band tussen Annie en haar Limburgse gastgezin was geworden. Wat begon als een tijdelijke opvang groeide uit tot een hechte familieband.
Dat beeld wordt nog versterkt door enkele foto's uit augustus 1948 die bewaard zijn gebleven in een familiealbum van Maria Wiekken-Stassen. Daarop staat Annie samen met leden van de familie Paumen. Voor het eerst krijgen de namen uit de brieven letterlijk een gezicht.

Annie en enkele leden van familie Paumen in 1948
Een verhaal dat bleef voortleven
Wat begon als een vergeten stapeltje brieven op een stoffige zolder in Schiebroek, groeide uiteindelijk uit tot een uitzonderlijk persoonlijk oorlogsverhaal.
De vondst van de correspondentie in Rotterdam vormde slechts het begin. Dankzij de teruggevonden brieven in Elsloo, de bewaard gebleven foto's en de bereidwilligheid van de familie Paumen om hun herinneringen te delen, kon een geschiedenis die bijna verloren was gegaan alsnog worden gereconstrueerd.
Ruim tachtig jaar later spreken deze brieven nog altijd voor zichzelf. Niet als een verslag van grote militaire gebeurtenissen, maar als een ontroerende herinnering aan menselijke warmte, gastvrijheid en verbondenheid in een van de moeilijkste perioden uit onze geschiedenis.
Twee katholieke families, ruim tweehonderd kilometer van elkaar verwijderd, werden door de oorlog met elkaar verbonden. Een Rotterdams meisje vond in Elsloo een tweede thuis.
En een toevallige vondst op een stoffige zolder bleek uiteindelijk het begin van een verhaal dat na tachtig jaar alsnog een bijzonder vervolg kreeg.
+ Enkele brieven en kaarten aan Annie de Bie tijdens haar verblijf in Elsloo ⇢
