Terug naar hoofdinhoud

HISTORIE

60-er jaren tv kijken in familiekring

Opgroeien in de jaren vijftig en zestig: we hebben het overleefd

  • Afbeeldingen ©: ChatGPT generated, rawpixel
  • Tegenwoordig hoor je weleens dat kinderen het zwaar hebben. Ze moeten kiezen uit driehonderd Netflix-series, vijf soorten havermelk en twintig smaken chips. In de jaren vijftig en zestig was de keuze een stuk overzichtelijker: je at wat de pot schafte, je droeg wat moeder had gekocht en als je pech had, ook nog wat je oudere broer al had afgedragen.

    Een doorsneedag begon zonder discussies. Je stond op als moeder dat zei. Geen snoozeknop, geen "ik voel me vandaag niet zo lekker". Tenzij je 40 graden koorts had én bijna bewusteloos was, ging je gewoon naar school.

    Thuis was vader het gezag. Dat hoefde hij niet uit te leggen; dat wist iedereen. Hij sprak niet veel, maar als hij iets zei, luisterde je. Niet omdat hij pedagogische cursussen had gevolgd, maar omdat één opgetrokken wenkbrauw meestal voldoende was. Een tweede waarschuwing bestond eigenlijk niet.

Over gevoelens werd nauwelijks gesproken. Als je verdriet had, kreeg je geen coachingsgesprek aan de keukentafel. Je kreeg hooguit te horen: "Dat gaat wel weer over." En meestal... ging het inderdaad over.

Op school heerste hetzelfde systeem. De meester had altijd gelijk. Althans, dat vond hij zelf, en de ouders waren het daar verrassend vaak mee eens. Kwam je thuis met de mededeling dat je straf had gekregen, dan kreeg je eerst de vraag wat je had uitgespookt. En als toegift vaak ook nog een draai om je oren. Tegenwoordig begint men vaak met de vraag wat de leerkracht verkeerd heeft gedaan.

Speelgoed was geen wegwerpartikel. Je kreeg iets voor je verjaardag, Sinterklaas of Kerstmis, en daar moest je het voorlopig mee doen. Een bal ging mee tot hij meer pleisters dan leer had en een fiets bleef jarenlang dezelfde kleur, al was dat vooral roestbruin.

Buiten spelen deed je zonder toezicht. Je vertrok om pas weer thuis te komen als de straatverlichting aanging of moeder vanaf de voordeur je naam door de hele wijk had geroepen. Niemand wist waar je uithing. Tegen etenstijd stond je meestal vanzelf weer voor de deur.

Op vakantie gaan was geen mensenrecht. Veel gezinnen bleven gewoon thuis. De camping in Zuid-Frankrijk moest nog worden uitgevonden en vliegvakanties waren iets voor rijke mensen of filmsterren. De grootste reis van het jaar was soms een dagje naar Valkenburg, Madurodam of de Efteling, en daar praatte je maanden later nog over.

In huis was er één televisie. Zwart-wit natuurlijk en vaak met sneeuwbeeld. Met een harde klap bovenop de houten kast werd dat soms opgelost. Eén Nederlandse zender, een Belgische en twee Duitse zenders. Daarvoor moest met een draaiknop wel de antenne op het dak naar de juiste richting worden gedirigeerd. Wie het toestel mocht aanzetten, was al een geluksvogel. Zappen kon niet. Je keek gewoon naar wat er op was. En als het testbeeld verscheen, was je te vroeg of te laat. 

Zakgeld stelde weinig voor. Wilde je iets duurs kopen, dan moest je sparen. Heel lang sparen. Daardoor dacht je automatisch drie keer na voordat je geld uitgaf. Tegenwoordig heet dat financieel bewustzijn; toen noemde men het gewoon geen cent te makken hebben.

Toch was het leven niet alleen maar streng. De buurt kende elkaar. De deur zat overdag vaak niet op slot of er hing een touwtje uit de brievenbus. Als je kattenkwaad had uitgehaald, wist je moeder het meestal eerder dan jijzelf thuis was. Sociale controle bestond zonder buurtapps.

Vanaf de jaren zestig begon de wereld langzaam te veranderen. Er kwamen auto's, wasmachines, transistor-radio's en later kleuren-tv's. Jongeren kregen langer haar, luisterden naar nieuwe muziek en ontdekten dat je het ook oneens kon zijn met je ouders. Voor sommige vaders was dat ongeveer even schokkend als de eerste mens op de maan.

Was vroeger alles beter? Natuurlijk niet. Er was minder comfort, minder vrijheid en er werd soms veel te hard geoordeeld. Maar er was ook iets verfrissends aan die tijd. Geen eindeloze handleidingen over opvoeden, geen cursus "omgaan met teleurstellingen" en geen telefoon die elke vijf minuten aandacht vroeg.

We groeiden op met weinig luxe, veel regels en af en toe een schram of een blauwe plek. Blijkbaar was het voldoende. Tenminste... de meesten van ons leven nog om er met een glimlach over te vertellen. En eerlijk is eerlijk: een beetje overdreven was het soms ook. Maar niemand dacht eraan om daar een klachtenformulier voor in te vullen.

Laat reactieformulier zien
Deel dit bericht⇢