Roxy Music
- Afbeeldingen ©: youtube
Het begin
Roxy Music ontstond in Londen in 1970. Bryan Ferry, een kunstacademiestudent uit Noord-Engeland, was de drijvende kracht. Hij groeide op in een mijnwerkersgezin in County Durham en had aan de Universiteit van Newcastle schilderkunst gestudeerd bij Richard Hamilton, een pionier van de popart. Die achtergrond bepaalde de toon van de band: popmuziek als kunstvorm, met oog voor stijl, beeld en ironie.
Ferry zocht muzikanten via advertenties. Zo kwamen Phil Manzanera (gitaar), Andy Mackay (hobo en saxofoon) en Paul Thompson (drums) erbij. Ook Brian Eno hoorde bij de eerste bezetting. Hij was geen muzikant in de klassieke zin, maar bediende synthesizers en geluidsapparatuur en gaf de muziek een vreemde, futuristische klank.
De doorbraak
In 1972 verscheen het debuutalbum "Roxy Music". De band combineerde rock-'n-roll uit de jaren vijftig, avant-garde, glamour en elektronische experimenten. Het was een geluid dat niemand eerder zo had gebracht. De single "Virginia Plain" werd een hit in het Verenigd Koninkrijk en bracht de band onder een breed publiek. Ook de uitstraling viel op: extravagante kostuums, geraffineerde hoezen en een bewuste mix van nostalgie en toekomstdroom. Daarmee werd Roxy Music een van de gezichten van de glamrock.
In 1973 volgde "For Your Pleasure", een album dat tot de meest invloedrijke uit de jaren zeventig wordt gerekend. Kort daarna verliet Eno de band. De spanning tussen hem en Ferry liep op, en Eno wilde zijn eigen experimentele richting uit. Hij zou later een van de belangrijkste producers van de popmuziek worden, onder meer voor David Bowie, Talking Heads en U2.
De jaren zeventig
Na het vertrek van Eno klonk de band minder experimenteel en meer verfijnd. De albums "Stranded" (1973), "Country Life" (1974) en "Siren" (1975) brachten succes, met nummers als "Love Is the Drug", die ook in de Verenigde Staten werd opgemerkt. Roxy Music kreeg steeds meer een soepel, elegant geluid, en Ferry's zang, vol dramatiek en melancholie, werd het handelsmerk. Naast het werk met de band bouwde hij een soloscarrière op.
In 1976 ging de band uit elkaar. De leden gingen eigen wegen: Ferry richtte zich op soloprojecten, Manzanera en Mackay op andere samenwerkingen en eigen muziek.
De terugkeer
In 1978 kwam de band weer bijeen. Het album "Manifesto" (1979) liet een nieuwe richting horen, die opschoof naar new wave en de stijl van het nieuwe decennium. Nog belangrijker was "Flesh and Blood" (1980), met onder meer "Oh Yeah" en een vertolking van "Jealous Guy", het nummer van John Lennon, dat een grote hit werd. Het laatste studioalbum, "Avalon" (1982), geldt als hoogtepunt van hun gladde, sfeervolle geluid. De titelsong en "More Than This" behoren tot hun bekendste werk.
Na de bijbehorende tournee ging de band opnieuw uiteen, dit keer voorgoed op het gebied van nieuwe studioalbums. Af en toe kwamen de leden nog samen voor reünietournees, onder meer in 2001 en 2003.
Invloed en nalatenschap
Roxy Music heeft de popmuziek op meerdere manieren beïnvloed. Zonder hun combinatie van kunst en pop zouden de new romantics van de jaren tachtig, zoals Duran Duran en Spandau Ballet, anders hebben geklonken. Ook artiesten uit de indie en de synthpop noemen de band als inspiratiebron. In 2019 werd Roxy Music opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.
- Laatste update op .

