logo box 450x250 nostalgie 6c98a1

Nostalgie-Verhalen

Jo -de melkboer- Lemmens

Op zoek naar en stalling, kom ik in november 2014, terecht bij Jo Lemmens voorheen melkboer. Jarenlang heb ik hem niet gesproken. Nee heb je, ja kan ik krijgen. Ik bel aan en Jo die zich zo te zien "nat" aan het scheren is, komt aan de voordeur. In z'n stupke en 'n handdoek om z'n nek. "Jo, zal ik over een uur terugkomen?". Okee, zegt ie.

Later aan de keukentafel, in de schemer, zitten Jo en z'n vriendin soep te eten. "Jo, ik heb niet veel tijd, dadelijk moeten wij naar een verjaardag in Geverik, ga zitten". Er passeren enige onderwerpen de revue.

Jo Lemmens Elsloo 1958

Zo is het 18 jaar geleden, dat hij stopte met z'n SRV-wagen. Jo reed dagelijks z'n ronde door Catsop en Elsloo. Een rijdende zuivel- kruidenierswinkel die op een slakkengang door de woonwijken reed. Midden jaren zestig werd dit idee gelanceerd. Qua postuur lang en smal in een witte jas, zat hij achter het stuur. Niet te beroerd om waar nodig de boodschappen binnen te brengen.
"Die grote srv-wagen die je had, wat is hiermee gebeurd?" De ex-melkboer zegt dat deze niet lang na z'n pensionering heeft verkocht. "Ik vreesde het ergste, toen ik de koper ermee zag wegrijden. Hij vertrok alsof het een race-auto was. Op twee wielen door de bocht is overdreven, maar die motor, die jarenlang anders was belast, kuchte en steunde"
Nadat z'n ventronde erop zat, moest ie samen met z'n vrouw Jes de SRV-wagen weer klaarmaken voor de volgende dag. Ook aan huis kon je bij Jes en Jo nog terecht als je een boodschap was vergeten. Tsja, een verdwenen fenomeen die SRV-wagen.

Hij zegt: "Jo weet je dat er langs jouw woonhuis een smal pad liep dat leidde naar de oude kern van Elsloo?" Nee, zeg ik. Toen wij als familie in 1960 in Catsop kwamen wonen, keken wij vanuit de woonkamer en keuken uit op de koeien van Sjaak de Heiboer.
Het priesterwijdingsfeest van mijn oom pater Claessen haalt hij ook aan. Catsop stond hierdoor op z'n kop.
Nu zijn we twee maanden verder en lees ik Jo's overlijdensadvertentie in de krant. Hij is onverwacht op 17 januari 2015 gestorven.
Ooit een karakteristiek persoon in de Elsloose gemeenschap. Vooral in 1958 toen hij tot prins werd uitgeroepen van CV De Sajelaire.

Jo Smeets

De papegaai

Een verhaal van Jo Smeets

Sedert een eeuwigheid omringt de mens zich met dieren. De status van zo'n dier is in onze contreien de voorbije zeventig jaar radicaal veranderd. Mijn grootouders hadden enkele varkens die als shredder fungeerden voor alles wat eetbaar was en zij niets meer mee deden. Zo werd het varken vetgemest, geslacht en het vlees was voor eigen gebruik. Had je geen paard en wagen? Geen nood want een hond en hondenkar was een redelijk alternatief om spullen te vervoeren.

parrot 102497 640

De positie van een hond of kat is anno nu zodanig, dat het dier een volwaardige plek in het gezin inneemt. Dit proces is gestart toen de welvaart z'n intrede deed. Het verhaal over huisdieren is inmiddels zo divers, reptielen, tropische vissen, spinnen. Noem iets en iemand heeft het in huis als hobby.

Zo was in de jaren 60 van de vorige eeuw een papegaai in menig huiskamer te bewonderen. Naast z'n exotisch uiterlijk, maakte je nog meer indruk op visite als het beest kon praten. Een vogel die de naam van de heer en vrouw des huizes uitsprak, dat was het helemaal. Echter om een sprekende lorre te krijgen, daar moest wel iets voor gebeuren.

Nu was er in Stein een echtpaar dat hun papegaai aan de praat wilde krijgen. Het steeds maar herhalen voor de kooi van je naam in de hoop dat die vogel het oppikte vergde heel wat uithoudingsvermogen. Wat had de eigenaar nu bedacht om dit traject te vereenvoudigen en te versnellen? Het gebruik van een bandrecorder. Sjeng en z'n vrouw spraken hun naam talloze keren in de microfoon en dit werd vastgelegd op tape. Ging het echtpaar op bezoek, dan werd die spoelenrecorder aangezet. Enkele uren klonk hun beider naam constant door de kamer. Dit in de hoop dat....

duivenhok

In die jaren 60 deden vele mannen aan de duivensport. Zo ook buren van de eigenaar van de papegaai. Een duivenklok was toen een duur bezit en niet iedereen had er een. Het woord schutting was toen een vies woord, want iedereen liep bij iedereen achterom binnen. Nou was het zo, dat de papegaai-eigenaar wel een groentetuin had maar geen duiven. In het groeiseizoen lag zijn moostem er patent bij. Hij was er trots op.
Echter het elders klokken van de duivenringen, zorgde voor vele ongewenste voetstappen in z'n moestuin. Bij het klokken telt namelijk elke seconde voor een goed resultaat. De tuinier vroeg zich af hoe hij dit verkeer kon verminderen. Hier kwam z'n papegaai van pas. Op welke manier?

Stein had een bibliotheek waar ook lp's werden uitgeleend. Hij ging erheen en vroeg om een plaat met vogelgeluiden. Een van de nummers was het geluid dat een torenvalk maakt. De lp werd op de pick-up gelegd en dat geluid herhaalt en herhaalt. De papegaai moest het leren en 's zondags in de moestuin reproduceren.
De duif zou door dit geluid zich wel tig maal bedenken om de landing in te zetten. Z'n hachje zou ie toch wel belangrijker vinden dan dat duivenhok, dacht Sjeng.
Of de beschreven methodes in de praktijk werkten is mij niet bekend. Als wel, dan heeft die coco wel iets gepresteerd voor z'n natje en droogje.

Jo Smeets

1935 Winkel- en andere bedrijvigheden in Elsloo

Geschreven door Harie Rouvroye, 1993

Het oude dorpsdeel van Elsloo en ook Catsop en Terhagen kreeg in de twintiger en dertiger jaren van deze eeuw het gezicht, dat we nu nog kennen. De komst van de mijnen in de twintiger jaren bracht een flinke verbetering mee in de inkomenssituatie van een aanzienlijk deel van de bevolking van circa 2400 zielen.

Ook de gemeente kreeg meer financiële armslag en rond 1925 waren de nutsvoorzieningen zoals waterleiding, electriciteit en riolering voltooid of in een gevorderde staat van aanleg. In deze periode werden ook een aantal eigen- en huurwoningen gebouwd.
De grootste verandering bracht echter de aanleg van het Julianakanaal in de jaren 1929-1935 met zich mee. Voor de aanleg moesten niet alleen 43 woningen worden gesloopt, ook de school en het gemeentehuis werden afgebroken. Hierdoor ontstond een "bouwgolf" en bovendien had de grote aanwas van de bevolking door de kanaalwerkers invloed op de totale leefsituatie in Elsloo.

Meer dan 100 bedrijven...
Ook werden er meerdere nieuwe zaken geopend. Om een blik op de toenmalige bedrijvigheid in Elsloo te werpen lijkt het juist te kiezen voor de tijd rond 1935. De Tweede Wereldoorlog en de ontwikkelingen daarna betekenden immers het einde van de "goede oude tijd" dus ook het einde van vele bedrijven. Een telling van de "bedrijven" (waarbij we - zoals in dit hele artikel - de 'agrarische bedrijven buiten beschouwing laten) de volgende aantallen op:
20 kruidenierswinkels, 7 bakkerijen/kruidenierswinkels, 8 slagerijen en/of filialen hiervan, 11 café's, 4 sigarenfabriekjes, 5 steenkolenhandelaren, 6 rijwielzaken met electro-/huishoudelijke artikelen, 2 schildersbedrijven, 2 winkels voor ijzerwaren en huishoudelijke artikelen, 1 smederij met winkel voor huishoudelijke artikelen, 5 herenkapperszaken met rookartikelen, 2 dames-kapperszaken, 2 groenten- en fruit-verkoopzaken, 5 schoenmakerijen waarvan 1 met winkel, 1 drukkerij met winkel/rookartikelen, 1 winkel voor hengelsport- en rookartikelen, 3 kleermakerijen met winkel voor textielwaren, 5 winkels voor stoffen, garen en naaiartikelen, 4 aannemersbedrijven, 1 fotografe, 1 modiste met winkel, 1 timmerwerkplaats, 1 winkel voor rookartikelen, 1 busondernemer, 2 molenaars, 1 vis- en kaaswinkel, 1 drogisterij, 1 meubelhandel, 3 transportbedrijven, 2 loonslagers en ca. 10 thuisnaaisters.

Winkelsluitingswet
Het spreekt vanzelf, dat bij een dergelijke hoeveelheid "bedrijven" geen sprake was van een zodanige omzet dat men er van kon leven. Vaak had de man een baan in loondienst en verzorgde de echtgenote de zaak. Dit bleek uit de dialectbenaming, waarbij de winkel dan de naam van de vrouw kreeg. In een aantal gevallen openden weduwen noodgedwongen een winkeltje om een schamel bestaan te verwerven. Meestal ook waren de zaken niet "zuiver" dat wil zeggen er waren vele combinaties mogelijk zoals: bakkerij-rookwaren-kruidenierswaren, of kruidenierswaren-stoffen-petroleum. Meer dan de helft van de bedrijfjes was gevestigd in gewone woonhuizen die daarvoor feitelijk ongeschikt waren. De voorkamer werd dan eenvoudigweg voorzien van rekken en een kleine "winkelbank" met weegschaal; van het vaak kleine raam werd een étalage gemaakt. De voordeur stond meestal open en de kamerdeur was van een bel voorzien.

De winkelsluitingswet werd niet al te precies nagevolgd. En op zondag waren de winkels, die snoepgoed verkochten en eventueel rookartikelen dan ook geopend want de "zondagscent" van de kinderen was welkom en de volwassenen moesten kunnen roken. Hierbij werd niet geschroomd "losse" sigaretten van onder de toonbank te verkopen, hetgeen wettelijk verboden was. Voor 1 cent kreeg men 1 sigaret, voor 2 cent werden 3 sigaretten verstrekt. Waren de winkels gesloten dan kon men "achterom' gaan en werd toch geholpen. Van winkelsluiting wegens vacantie was geen sprake; in die tijd ging men niet met vacantie! 

Elsloo-Stationsstraat-1935Stationstraat: Links met kap: winkel Nelke Pes; winkel Jan Pesch (in aan-bouw); kapperszaak Louis Driessen. Rechts: met benzinepomp winkel wed. Schrassen en café Frits Lernmens. In het midden de later gesloopte huizen van loonslager Jan Driessen en de bakkerij van Willem Driessen.

Kruideniers in overvloed
De slagerszaken waren zonder uitzondering redelijk modern voor die tijd; met koeling door middel van staven ijs van 30x30 cm en een meter lang werden de koelkasten koud gehouden. Het ijs werd eenmaal per week van een ijsfabriek in Schinnen betrokken. Ook een deel van de café's beschikte al over ijskoeling.
De meest moderne kruidenierswinkel was de in 1935/36 geopende winkel van de Gezusters Schreurs aan de Stationsstraat; hier kon men naast de gebruikelijke "losse" artikelen ook vele "verpakte" artikelen kopen, voorwaar een novum! De koffie werd electrisch gemalen en men verkocht vlees en ook andere artikelen, zoals groenten, in blik.

Een der oudste kruidenierswinkels in Elsloo was "Bie de Sieme", de familie Amen aan de Kaakstraat. Hier verkocht men nagenoeg alle artikelen los, van koffie, suiker, zout, stroop, meel, erwten en bonen, soda, zachte zeep, tot naalden, garen, dweilen, stoffen en petroleum, maar ook tabak, klompen bezems enz. en snoep. Het winkeltje was klein en donker, doordat er maar een klein raam was dat ook nog als étalage werd gebruikt. De losse artikelen werden in papieren zakken, "tuute", geleverd, de zachte zeep in vetwerend papier, "kletpapier". De reuk in deze winkel was een mengsel van de geuren van koffie, petroleum, zeep, laurierbladeren en andere geurmakers.
De overige kruidenierswinkels in Elsloo lagen naar sfeer en mogelijkheden tussen beide genoemde zaken in, dus van oud tot nieuw.

Een ander bekend winkeltje was dat van Marie-Catharien Botti aan de Raadhuisstraat. Marie-Catharien werd ook de "Broktant" of het "Brokvrouwtje genoemd. Ze was een pront, zeer proper vrouwtje dat in haar oude huisje een kruidenierswinkelje dreef. Om het winkeltje te bereiken moest men over de "vaart" naar de deur toe; van hieruit kwam men via een kleine gang in de winkel die links in het achterhuis was gelegen. De afmetingen ervan waren ca. 3,5 x 3,5 meter. Het assortiment dat ze verkocht was niet bijzonder groot, maar de allervoornaamste artikelen had ze wel.

Haar specialiteiten waren haringen en "brok". Op vrijdag -vastendag- verkocht ze haringen die ze zelf inmaakte en die bijzonder lekker smaakten. De haringen stonden op vrijdag in een grote bak op de toonbank en de klanten konden aangeven welke haringen ze wilden en hoeveel uien, "unne", ze erbij wilden hebben. De grootste trekpleister, voor de jeugd althans, was de "brok". Dit was het afval van voornamelijk ijswafeltjes die stukgingen tijdens het productieproces in de Victoria-koekjesfabriek in Maastricht. Lang ging Marie-Catharien te voet naar Maastricht om een grote zak van deze "brok" te halen. Van oude kranten, die ze nauwkeurig in stukken sneed, plakte ze postzakken in twee maten. Op zondagmorgen was er een drukte van belang want dan werd de "zondagscent" of ook wel de cent die bestemd was voor de schaalcollecte in de zondagsmis omgezet in een een postzak met "brok" van 1 cent of 2 1/2 cent.


Dorpsstraat: Aan de rechterzijde van rechts naar links: Winkel van de weduwe Jacobs, Martien Driessen en Louis Lenaerts

Met de vlaai naar de bakker...
Een bekende bakkerij, zeker bij de generatie schooljeugd, was die van Jannes de Bekker, Jan Janssen aan de Schoolstraat. In de bakkerij werden de drie broodsoorten vertvaardigd die toen bestonden: wittebrood, zwartbrood en "onderwerkbrood", een soort Tarvo. Met kermissen en hoogtijdagen werd er vlaai en koek gebakken. De "vlaaien" werden thuis klaargemaakt en dan in rekken naar de bakkerij gebracht waar Janssen ze bakte. Ook werd het deeg wel thuis gemaakt en in een doek gewikkeld en samen met een ketel fruit naar de bakkerij gebracht, waar de bakker er dan vlaaien van maakte. De schooljeugd kende de winkel zeer goed, want buiten de bakkerijartikelen en kruide-nierswaren werd er snoep verkocht. Had men om welke reden dan ook een cent verdiend dan werd deze vaak bij "Jannes" omgezet in snoep. Ook de cent bestemd voor de missie verdween wei eens in de winkel. De andere bakkerijen opereerden op dezelfde basis.

De zaak met de meest attractieve étalages was de kleermakerij annex textielwinkel van Tjeu de Aolber, Mathieu Alberigs Sr. aan de Raadhuisstraat. Deze sprong steeds in op destijds actuele zaken; zo kon men tussen de stoffen een draaiende windmolen zien, terwijl een gramofoon het toen zeer populaire liedje 'Daar bij die molen" speelde. Later volgden ook nog andere, terwijl ook eik seizoen zijn aandacht kreeg. Altijd waren er bewegende objecten ais poppen enz.; de étalages trokken dan ook steeds veel belangstelling.

Biertje werd niet thuis gedronken
Van de café's was een typisch voorbeeld dat van Sjef van Jweuepke, Joseph Vranken in Catsop. Vranken huurde het café met tuin en boomgaard voor Fl 25,- per maand van een kleine brouwerij in Maastricht. In het café werd het bier in de kelder opgeslagen en ongekoeld van de tap verkocht; er waren drie soorten bier verkrijgbaar nl. Diester pils, jong bier en donker bier.
De twee eerste soorten werden in "potten met oor" verkocht en het donkere bier in "Schopjes" glazen op een klein voetje, deze waren bedoeld voor dames. De prijs was Fl 0,10 -een dubbeltje- (Euro 0,05) per glas. Aan sterke drank werd verkocht: Hennekens Els, Franse brandewijn, bittere-soort brandewijn, oude klare, advocaat en boerenjongens (rozijnen op brandewijn). De prijs per glaasje ook Fl 0,10. Voor kinderen was er een soort limonade-gazeuse voor Fl 0,10 per glas, Kwatta-chocolade werd ook voor een dubbeltje per reep verkocht. De chocolade kostte inkoop Fl 1,85 per 100 repen. Het bier kostte inkoop Fl 22,54 per 98 liter.

Het café werd in de winter verwarmd met een grote potkachel die midden in de ruimte stond. Er was een buitenkegelbaan en binnen werd een tafelkegel-spel gespeeld; het kegelspel was zeer populair. Ook het kaartspel werd er flink beoefend, "guliken" was het meest bekende spel; het was een soort pandoer met 2 kaarten op de stok. Korte tijd stond er ook een gokkast, Paljas genaamd; na inworp van een dubbeltje ging het apparaat werken en kon men enige penningen winnen. Vier penningen leverden een glas bier op; slimmerds bemerkten dat het toestel ook op halve centen werkte; na ontdekking hiervan werd de gokkast meteen verwijderd.

Met kermissen en carnaval mocht er worden gedanst, dit na het verkrijgen van een vergunning van de gemeente, waarvoor Fl 7,75 moest worden betaald. Het orkest van 2 man kostte Fl 15,- per dag. Hiervoor moest op zondag de matinee-voorstelling worden gegeven en gedurende de volgende dagen worden gespeeld voor het bal. De sluitingstijden van de café's waren zo vroeg dat iedereen weer op tijd thuis kon zijn voor bedtijd. Soms werden door bepaalde klanten "grapjes" uitgehaald; men stal eenvoudig alle voedingsmid-delen die in huis waren en at die op. Later werd dat dan wel weer in der minne geregeld. Zondagsmiddags rond half drie werden de klanten door moeder Vranken, die een zeer vrome vrouw was, uit het café gezet met de mededeling dat ze na het lof terug konden keren. Hieraan werd door ieder gevolg gegeven!

Eenmaal per jaar werd er in café Vranken gekiend, en wel met Driekoningen op 6 januari, het "koningskienen". Moeder Vranken bakte vijftig grote koeken die werden uitgekiend. Het café was dan stampvol en men zat zelfs op de vloer. ledere ronde werd een van de 50 koeken uitgekiend waarvan er één 'n boon bevatte. De winnaar van deze "koningskoek" kreeg er één extra. Eenvoudig vermaak in een sobere tijd. Joseph Vranken zelf exploiteerde achter het café de kolenverkoop voor de buurtschap. Bovendien was hij voerman met kar en paard en verzorgde hij voor de mensen met kleine stukjes grond het ploegen, inzaaien, oogsten en dorsen van de vruchten. Voor veel mensen een onmisbare figuur! 

De thuisnaalsters waren meisjes of vrouwen die aan huis tegen betaling en de kost (mee-eten) nieuw- en verstelwerk kwamen verrichten.

Straatventers
Er was ook concurrentie voor de neringdoenden, want vanuit Beek kwamen jongens die in dienst waren van De Gruyter of de Edah met klantenboekjes de bestellingen opnemen die ze dan later per bakfiets weer afleverden. Maar er waren ook andere concurrenten; de volgenden waren toendertijd bekend:

  • Het "Pruuske" uit Duitsland: deze verkocht messen, scharen, scheermessen enz. Hij reed op een licht motorrijwiel en woonde in Solingen.
  • Het "Petrolkaelke": deze petroleurnventer kwam met zijn karretje uit Neerbeek.
  • De "Lommelekael": haalde lompen, oud ijzer en konijnevellen op. De konijnevelien van de voor kermissen en feestdagen geslachte diertjes werden met de haren naar binnen gekeerd met stro of iets anders gevuld en na droging voor een paar cent verkocht.
  • De "Kjesboer": deze rijzige figuur met zijn blauwe kiel en schipperspet verkocht kaas vanuit Geleen op zijn bakfiets. In de rieten mand voor op de fiets lagen diverse zware kazen waaruit men kon kiezen.
  • Ook op de fiets kwam "Jaap van de Mijn"; hij handelde in "militaire jassen en broeken, oud en nieuw", althans dit was zijn roep als hij binnen het dorp kwam. Overigens handelde hij in alles wat verkoopbaar was; de herkomst van de spullen was niet altijd pluis!
  • Het "Pindakaelke": een Chinees die bij tijd en wijle met een koffertje pinda's langs kwam.
  • De "Sjerreslieper": deze man zorgde voor het slijpen van messen en scharen.
  • De "Verrekeskael": aangezien veel mensen behalve kippen ook een varken voor de slacht hielden, kon deze uit Broeksittard komende handelaar hier goed zaken doen. Vaak was hij in gezelschap van zijn echtgenote die achter op de paardekar tussen de manden met varkens en kippen zat. Hun echtelijke ruzies vochten ze publiekelijk uit, waarbij ze tot groot vermaak van de omstanders grove taal niet schuwden.
  • Uit Geuile kwam "Pjer van Lombok", die manden, klompen, bezems, e.d. verkocht. Hij had een ruime keuze op zijn wagentje met paard.
  • Uit Meers kwam "Doorke Smeets"; ook hij had een assortiment als "Pjer"
  • Helemaal uit Sittard kwam een vrouw, het "Bessemevruike" genaamd, die bezems en borstels verkocht.
  • Ook een "Spinzelevrouw" kwam langs de deur; zij verkocht garen, naalden, elastiek en andere kleine benodigdheden voor het naai-en verstelwerk.

U ziet: een grote concurrentie voor de plaatselijke neringdoenden die ook nog te kampen hadden met de smokkel van margarine, suiker e.d. die in het buurland België de helft goedkoper waren. Alles bij elkaar was het een grote groep mensen die probeerden op deze manier de kost of tenminste een deel daarvan te verdienen.
De winkels en bedrijven waren als volgt over Elsloo, Terhagen en Catsop verdeeld: 

Maasberg:
1. "In de meule": Fam. Lenssen: melk, boter, eieren, thuis- en huis-aan-huisverkoop.
2. "Gus van Wilieme": August Frederix; voerman en boerderij.
3. "Leike van den ontvenger": Leo Vaessen; kruidenierswaren en toezichthou-der van het kasteel.
4. "Bet van van Es": Gezusters van Es; kruidenierswaren.

Dorpstraat:
5. "Mertien van Doorke": Wed. Jacobs; kruidenierswaren en rookartikelen.
6. "Mertien van de Smeed": Martin Driessen; rijwielen,electro, huishoudelijke artikelen, taxi, koster St.Augustinuskerk.
7. "Lewieke de boer": Louis Lenaerts; melk, boter, eieren; thuis- en huis-aan-huisverkoop en boerderij.
8. 'Nelleke van de Smeed": Nelke Pijpers-Driessen; ijzerwaren en huishoudelijke artikelen.
9. "Den Taaiman": Frans Taeymans, bakkerij, kruidenierswaren.
10. "Sjeng Hoebe": Jan Houben; slagerij.
11. "Den Dobbele": Harie Dobbelstein; café.
12. "'De krap": Hubert Dobbelstein; herenkapper.
13. "Sjaak van Doorke": Jac. Hendrix; steenkoolgroothandel, fruitverkoop.
14. "Pjetterske"; J.Peeters; groenten en fruit, koloniale waren, contractteler bonen.
15. "De Kooperaasje"; Coop. koloniale waren.
16. "Wis": Wed. Louise Vranken; scheepvaartbedrijf.

Raadhuisstraat:
17. "Den Hjer": J.Fredriks; sigarenfabriek.
18. "Sjefke van de Kuster": Jos Lenssen; koloniale waren.
19. "Merie Catrien": Maria Catharina Botti; koloniale waren.
20. "Den Duitsje Wiel": W. Penders; kolenhandel en transport.
21. "Thei de Daalman": schoenmakerij, schoenwinkel.
22. "Sie van de Pluus": Lucy Pluis; koloniale waren.
23. "De Knoup": W. Knoben; drukkerij, kantoorboekhandel, rookartikelen.
24. "Den Aolber": Mathieu Alberigs Sr.; kleermakerij en textielwinkel.

Julianastraat:
25. "Harie den orgel": Harie Janssen; café, rookartikelen en organist van de kerk in Stein.
26. "Lies van de Zenger": Wed. Koch-Zengers; koloniale waren.
27. ''Hoeb Smeets": Hub. Smeets; hengelsport, rookartikelen.
28. "Saak van Betje": sigarenfabrikant en verkoop.
29. "Mina van Zjolly": Mina Martens-Smeets, café, rookartikelen.

Schooistraat:
30. "Kees": Kees Kroon; rijwielhandel, rijwielhersteller.
31. "Jannes de Bekker": Jan Janssen; bakkerij, koloniale waren.
32. "Truu van Nolke": Gertruud van Es-Vranken; koloniale waren.
33. "Krisjke": Chris Bekkers; bakkerij, koloniale waren.
34. "Zjang de Smeed": Jan Driessen; smederij, ijzerwaren, huishoudelijke artikelen.

Jurgensstraat:
35. "De jong van Krisjke": Chris Bekkers; herenkapper.
36. "Baer Collard": Hub. Collard; schoenmakerij.
37. "De Beesman": J.Biesmans; electrohandel.

Kaakstraat:
38. "Den Dobbele": Harie Dobbelstein; sigarenfabriek,
39. "Fien van de Meier": Wed. Bours-Meiers: garen, sloffen naaiartikelen.
40. "De Sieme": J.Amen: koloniale waren, rookart., stoffen, petroleum, enz.
41. "De Stas": J.Stassen; koloniale waren , grind en zand.
42. "De fotsj": Fritske Lemmens; melkfabriek; melk en melkproducten.
43. "Til van Betje": Til Beckers-Fredrix; koloniale waren en rookartikelen.
44. "Door Beckers":Theodoor Beckers: aannemersbedrijf Beckers-Driessen.
45. "De Krjemmer" Jan Kreemers: café en rookartikelen.
46. "Reubsaot": Giel Reubsaet; bakkerij, koloniale waren

Terhagen:
47. "De witten Heuvel": Jan Hoeveler transportbedrijf met meerdere vrachtauto's.
48. "Het mantje": J. Fredrix; koloniale waren, garen, textiel, rookartikelen, petroleum, enz.
49. "Op 't Veldje": W. Janssen-Steps; groenten en fruit, mandenmakerij.

Heirstraat:
50. "Trina van Graadje": Trina Beckers; modiste.
51. "Pie": Pie Schreurs; aannemingsbedrijf.
52. "Tina van Houben": koloniale waren en rookartikelen.
53. "Jan de Meier": slagerij.
54. "Lambaer van Neske": Lambert Vranken; herenkapper.
55. "Marinus": Marinus Weeterings; schoenmakerij.

Catsop:
56. "Sjef van Jweuepke": Joseph Vranken; café, kolenhandel, servicebedrijf.
57. "Sjeng van Tiesse": Jan Lemmens; merk, boter eieren, thuis- en huis-aan-verkoop
58. "Willems": J. Willems; koloniale waren, rookartikelen, enz.
59. "Maantje": Herman van Es; koloniale waren enz.
60. "Sjeng Bours": Jan Bours; timmerwerkplaats.
61. "Sjeng Brores": Jan Brorens; filiaal slagerij Houben.
62. "Dirix": Jan Dirix; transportbedrijf met 1 auto.
63. "De Ment": J.Wouters; koloniale waren, rookwaren, enz.
64. "De maedjes van de Vonk": Gezusters Vonken; textiel, naaiatelier.
65. "Nikkela de Til": Nic. Tilmans; schoenmakerij.
66. "Fritske in 't Veld": Frits Lemmens; hoenderpark, eierhandel, beheerder melkfabriek.
67. "Door den Engel": Th. Engelen; café, rookartikelen
68. "Jaakske Collards": Jac. Collard; sigarenfabriek.

Stationsstraat:
69. "Trees van den Heuvel": Wed. Driessen-Hoeveler; koloniale waren, rookartikelen, textielwaren, stoffen.
70. "May van Jentrien": M. Fredrix-Peeters; café, rookartikelen.
71. "Lewieke Sjrwers": Gezusters Schreurs; koloniale waren, rookartikelen.
72. "Lewie van Hees": Louis van Hees; electro huishoudelijke artikelen.
73. "Mattes": Math. Scheepers; slagerij.
74. "Bel van Laentje": Bella Martens-Driessen; textielwinkel.
75. "Lei van Laentje": Leo Driessen; slagerij.
76. "Van Haeske": L. van Hees; slagerij (later F. van Hees bakkerij).
77. "Kaole Tina": Tina Fredrix; kolenkleinhandel.
78. "Lewieke Sjrwers": aannemingsbedrijf.
79. "Pieke de Pluus": rookartikelen.
80. "Everaers": busondernemer, tankstation.
81. "Tjeu de Snieder": Mathieu Lemmens; kleermakerij en textielwinkel.
82. "Sjenke de Pieper": schildersbedrijf, verfwaren, behang.
83. "Nes van de Reul": Agnes Reul; café, rookartikelen.
84. "Sjef oet de Meule": Jozef Pijpers; molenaar, meel, bloem, voerhandel.
86. "De Sjras"; Wed. Schrasser: electro, rijwielen, huishoudelijke artikelen, tankstation.
87. "Nelke van de Pesj": Wed. Pesch; koloniale waren, rookartikelen.
88. "Sjeng van de Pesj": Jan Pesch; kleermakerij, textielwinkel.
89. "Lewie van Sjeng Dreesse": Louis Driessen-Muris; dames- en heren kapsalon,
90. "Ubachs": J. Ubachs; stoffenhandel.
91. "Frits Lemmens"; café, rookartikelen.
92. "Sjeng de Slegter": Jan Driessen: loonslager.
93. "Joep Maos": aannemingsbedrijf.
94. "Willem Dreesse": Willem Driessen: bakkerij, rookartikelen, koloniale waren,
95. "Trina van Joep Maas": fotografe.
96. "Door Bours": Theodoor Bours: boomkwekerij.
97. "De Bierstal": Th. Bours café.
98. "Bout": J.Bout; vis- en kaaswinkel.
99. "Nellie van Dien": Nellie Janssen; dameskapster.
100. "Huub van Graadje": Hubert Beckers; koloniale waren, wijnen, taxi.
101. "den drogis": Jan Wouters; drogisterij.
102. "Het febriekske": Jac. Fredrix; sigarenfabriek.
103, "Frits van Sjaakske": schildersbedrijf.
104, "Neerke van Mulken": Reinier van Mulken; meubels.
105. "De Lommaer": Firma A. Lommaert; groothandel in ijzer,.
106. "Frens van Lewieke": Frans Fredrix; rijwielen, huishoudelijke artikelen, ijzerwaren.
107. "Beth oet de Hei": Wed. Martens; koloniale waren en rookartikelen. 
108. "An oet de Hei": café "de Groenewald",

Koolweg:
109. "Sjeng van de Pauw': Jan Paulussen; transportbedrijf, 2 auto's. 
110. "De Ruijl": Mathieu Ruijl; koloniale waren aan de Koolweg 33 (de naam Ruijl en Ruyl -en zelfs Reul- wordt binnen eenzelfde familie door elkaar gebruikt)

Begraafplaatsen online

Een lezer maakte ons attent op de informatieve webste Online Begraafplaatsen waar u via de persoonslijsten kunt bladeren in foto's van grafstenen en info over de overledenen.

Klik hier voor

De Mariaberg

Een verhaal door Jo Smeets

Elk leven heeft z’n pieken en dalen. Gelukkig weet niemand op welke wijze het leven zich ontvouwt. Zo kan het gebeuren dat het noodlot toeslaat. Dit gebeurde mij door een ongelukkige val. Een aanwezige vriend brengt mij naar de eerste hulp en aansluitend lig je tussen de ziekenhuislakens, de reden is een gecompliceerde beenbreuk. Binnen enkele uren staat zo je redelijk routineuze leventje op z’n kop. Helaas moeten jaarlijks vele mensen iets soortgelijks meemaken.

mariaboom catsop

De revalidatie van mijn gebroken been zorgt er voor, dat ik nu al een aantal dagen op krukken even heen en weer loop door de Mariaberg. Ondanks dat ik er tamelijk dicht bij woon, is het wandelen op deze plek tientallen jaren geleden voor het laatst gebeurd. Het haalt bij mij weer  jeugdherinneringen boven...

Als snaak ben je leerplichtig en ietwat minder leergierig, want dit betekent uren opgesloten zitten tussen vier muren. Je eerste kennismaking met een klaslokaal is nog leuk, want het is de bewaarschool. De lagere school betekent echter je inspannen om te leren lezen, rekenen en schrijven. In de jaren zestig gebeurt dit, van Catsop via de Mariaberg, in de imposante doch inmiddels afgebroken St. Agustinusschool te Elsloo. Meisjes en jongens krijgen hier strik gescheiden les. Een hoge brede muur tussen de speelplaatsen vormt een onneembare barriere. Sommige stoere zesdeklassers trachten een glimp van hen op te vangen, door tegen de muur te springen en zich klemmend aan de rand omhoog te hijsen. Voor het gros van ons rest slechts hun hoge gegil tijdens het speelkwartier.

De grote, rood geschilderde, spoorbrug die Catsop ontsloten heeft ligt er nog niet. Beneden aan de Mariaberg is een spoorwegovergang. Schuin tegenover cafe De Punt werkt in de jaren vijftig mijn grootvader in de NS-wachtpost. Als employee moet hij er voor zorgen, dat de spoorbomen hier en in de Veestraat tijdig dicht zijn als een trein passeert. M’n moeder zegt: “mijn vader het idee heeft ingediend om nog een spoorbrug aan te leggen tussen Elsloo en Catsop”. Als het plan wordt uitgevoerd, zal dit mijn grootvader werkeloos maken. Hij heeft  de aanleg van deze brug niet meer mogen beleven. Haar grootvader is veldwachter in Elsloo, een ander verdwenen beroep. Bij het gehucht Terhagen ligt de eerste, mooi geklonken ijzeren, spoorbrug die stamt uit 1864. Slechts breed genoeg om met paard en wagen te passeren, echter voor die tijd aan de maat.
Tijdens een van mijn dagelijkse revalidatiewandelingen, zie ik tussen het hoge struikgewas ’n jongentje met z’n fiets over het paadje van de Mariaberg lopen. Wij scholieren in de jaren zestig doen dit ook. Gewoon over de asfaltweg lopen, dat is saai.

Het is spannend om je ‘s zomers te wurmen tussen al dat weelderige groen. Een kleine jungle dicht bij huis. 2  Maal daags gaan wij deze weg van Catsop naar het standbeeld van Jezus met zijn uitnodigende gestrekte armen in Elsloo, hij vangt ons op. Dit beeld staat op een hoek voor de school. Het begrip achterbankgeneratie bestaat nog niet. Als we geluk hebben gooit oom Harry vanuit zijn bovenraam snoepjes naar ons. Waarom hij en z’n zussen afkomstig uit Duitsland in Catsop verzeild zijn geraakt zal wel altijd een raadsel blijven. Heen en terug van school nemen een ander slingerend paadje.

Nu ligt de Mariaberg er verstild bij. Wie loopt er vandaag de dag nog? Ik zie hoofdzakelijk hondenbezitters. Ooit is hij de langzaam kloppende slagader geweest tussen Catsop en Elsloo. Ik sta stil en kijk omhoog, het licht van de zon wordt in ontelbare scherven gebroken door die schitterende enorme boomkruinen. Dit is een groene kathedraal waaraan decennia achteloos is gebouwd. Een mooi gekleurde libel glijdt door de lucht. In de honderdjarige knotwilg, die gelukkig weer volledig in blad staat, hangt verscholen in een kastje het Mariabeeldje. De Mariaberg ontleent hieraan zijn naam. Ik mis de hoogstambomen in een wei die nog niet is bebouwd, want de vooruitgang heeft Catsop niet onberoerd gelaten. Het Catsop uit mijn jeugdjaren bestaat uit slechts enkele straten.

Tegenover en naast ons woonhuis liggen de weilanden waar de koeien, zonder oormerken maar elk met een roepnaam, lange dagen grazen en loom liggen. De regelmatige rilling van hun vel en de staart verjagen de altijd hinderlijk aanwezige vliegen. Zij zetten groen om in wit. Gelaten laten zij zich door Sjaak de heerboer met de hand melken. Z’n tuffende tractor, met losjes vastgebonden enkele rammelende “melktuite”, hoor je al van ver aankomen. Het schildje voor op de tractor meldt maximaal 16 km. Het aanzwellende geluid van de tractor is voor de koeien  het sein, om met hun volle deinende uiers richting hek te sjokken. Constant nee-knikkend gaat Sjaak door het leven en schenkt de volle emmer melk in de metalen filter die op de melkbus staat. Hierdoor worden al onzuiverheden uit de melk gehaald. Elsloo had in de Kaakstraat zelfs een melkfabriekje, de fotsj. Over de heg worden de dorpsnieuwtjes uitgewisseld. In Catsop zijn vele weien omzoomd door meidoornheggen en staan honderden fruitbomen jaarlijks prachtig in bloei. Het dagelijkse leven vloeit als stroop voorbij.

Catsop ligt geisoleerd en is wellicht daarom een gesloten gemeenschap waar iedereen iedereen kent en helpt. Dit verhaal geldt voor alle dorpen en gehuchten begin vorige eeuw. Om naar Stein te gaan moest je een grotendeels open vlakte oversteken. Dit doe je niet zo maar even en te voet. Bovendien is er de, al eeuwenoude, veelal sluimerende rivaliteit tussen de inwoners van Elsloo en Stein. Vertaalt in knokpartijen tijdens de kermis vroeger tot de hedendaagse voetbalderby Haslou - De Ster. Mensen toentertijd vertoeven noodgedwongen veel meer op een plek met alle gevolgen van dien. Dit alles is al lang verleden tijd. Nu worden de fruitweilanden grenzend aan de Mariaberg verkocht als bouwgrond. Waar vroeger bomen uit het gras verrijzen zijn dit nu huizen omzoomd door straatklinkers. Natuurlijk zijn nieuwe bewoners nodig, zij zijn als rode bloedlichaampjes die het lichaam blijven voorzien van verse zuurstof. Zij zorgen er voor dat een gemeenschap niet afsterft.

Zo heeft de ontsluiting van Catsop  voor- en nadelen opgeleverd. De ruggegraat van Catsop, die begint in de groene oase Mariaberg en eindigt in die prachtige groene tunnel de Eijkskensweg naar Geulle, staat nog fier overeind. Ferm draagt zij het gehucht Catsop ook in de 21e eeuw.

Jo Smeets    


De kip en het ei

Door Jo Smeets

Moeder, vader en in hun kielzog een rij kinderen. Zo’n gezin was geen uitzondering in het katholieke Zuiden begin en midden vorige eeuw. Kortom vele grote huishoudens in Limburg.

Een ex-collega van mij kwam uit zo’n groot gezin te Schinveld. Zoals het leven verloopt, vlogen de kinderen een voor een uit het ouderlijk nest. Pap stierf en de mam bleef alleen achter op de boerderij. Haar woning bleef een anker waar broers en zussen met hun aanhang graag en geregeld naar terugkwamen. De mam bestierde haar huis met wei, een moestuin en hield kippen.

Als een van ons naar huis ging, kreeg je altijd wat toegestopt: groenten, eieren, fruit. Toen mam nog krachtig was, ging alles zonder moeite. Kinderen en kleinkinderen hielpen soms op haar erf. Echter de jaren verstrijken en beginnen dan te tellen, moeder verzwakte. Geestelijk bleef zij bij de pinken. Om zaken in en rond het huis op orde te houden kostte haar fysiek steeds meer moeite.

Het aantal kippen werd ook steeds kleiner, echter hun eierproductie bleef op peil. Elk kind kreeg bij z’n vertrek een doosje scharreleieren mee. Wij begonnen ons af te vragen hoe dit mogelijk was. Waar kwamen die eieren vandaan? Een van ons bekeek eens goed zo’n ei en zag toen een minuscuul stempeltje staan. Op enig moment kwam toch de vraag aan haar waar de eieren vandaan kwamen? Zij antwoordde: “ik koop ze wekelijks in de SRV-wagen”.

Het raadsel van de gestage eierenstroom en een steeds legere kippenren was hiermee opgelost.

Pinkpop

pinkpop

Door Jo Smeets

In 1967 maakt de wereld kennis met de hippies. De wijk Haight-Asbury in San Francisco is hun domein. Alles moet anders is het credo. Sinds hun denkbeelden op mondiale schaal verspreid zijn, is veel veranderd ten goede en ten kwade. De hippies van toen zijn op zoek naar een nieuw utopia. Enkele slogans van hen zijn: “de verbeelding aan de macht” of “van homo faber naar homo ludens”.

Begin jaren 70 zijn sommige van hun denkbeelden in verdunde vorm doorgedrongen tot Catsop. Zo wordt in menig gezin de strijd uitgevochten om de gepaste haarlengte voor een jongen. Voor het dragen van kleding geldt een soortgelijk verhaal. Dat duffe jaren 60 kloffie kan voorgoed in de kast blijven hangen. Ouders en de gevestigde wereld weten niet wat hen overkomt. Het opstandige gedrag van de jeugd stuit op weerstand en dit is nog zachtjes uitgedrukt.

Elsloo krijgt een jongerensoos Utopia, eerst nog gehuisvest in de statige pastorie tegenover de Augustinuskerk, later in het patronaat met de ingang grenzend aan het oude kerkhof. Buiten onze landsgrenzen is er de studentenopstand in mei 68 te Parijs.

Lees meer

Postduiven

Een verhaal van Jo Smeets.


In de middeleeuwen wordt de duif gebruikt om snel een berichtje over te brengen. In het recente verleden worden zij omschreven als de renpaardjes van de arbeider. Wie wil vandaag de dag nog handarbeider zijn? In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw is dit haast iedereen. Wellicht is met het langzaam verdwijnen van deze groep gelijktijdig gestart de teloorgang van de duivensport.............

Van nabij maak ik mee, dat de postduif een prominente rol speelt in het dagelijkse leven. Zo vraagt alleen al hun verzorging een ijzeren discipline. Per dag ben je wel enige uren kwijt aan deze gevederde vrienden. Het hebben van kanaries, dat is ’n stuk makkelijker. De duiven een dag overslaan is er niet bij, ook niet nodig want in die jaren ga je toch nergens naar toe. Zeker niet voor meerdere dagen. Ieders leefwereld beperkt zich nog tot de straat en het dorp waar je woont.

In Catsop hebben een aantal liefhebbers gewoond die zich provinciaal en nationaal konden meten met de allerbesten, ik denk aan de families Bours en Reubsaet. Het duivenlokaal is cafe Bie Willemke. PDV de Eendracht heeft hier haar clublokaal en haar 80-jarig bestaan gevierd. Enige jaren na dit feest is de vereniging opgeheven. De vergrijzing en vermindering van het ledenbestand zullen redenen zijn geweest.

Familie Bours, Catsop

Lees meer