logo box 450x250 apple nostalgie

Nostalgie-Verhalen

Postduiven

Een verhaal van Jo Smeets.


In de middeleeuwen wordt de duif gebruikt om snel een berichtje over te brengen. In het recente verleden worden zij omschreven als de renpaardjes van de arbeider. Wie wil vandaag de dag nog handarbeider zijn? In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw is dit haast iedereen. Wellicht is met het langzaam verdwijnen van deze groep gelijktijdig gestart de teloorgang van de duivensport.............

Van nabij maak ik mee, dat de postduif een prominente rol speelt in het dagelijkse leven. Zo vraagt alleen al hun verzorging een ijzeren discipline. Per dag ben je wel enige uren kwijt aan deze gevederde vrienden. Het hebben van kanaries, dat is ’n stuk makkelijker. De duiven een dag overslaan is er niet bij, ook niet nodig want in die jaren ga je toch nergens naar toe. Zeker niet voor meerdere dagen. Ieders leefwereld beperkt zich nog tot de straat en het dorp waar je woont.

In Catsop hebben een aantal liefhebbers gewoond die zich provinciaal en nationaal konden meten met de allerbesten, ik denk aan de families Bours en Reubsaet. Het duivenlokaal is cafe Bie Willemke. PDV de Eendracht heeft hier haar clublokaal en haar 80-jarig bestaan gevierd. Enige jaren na dit feest is de vereniging opgeheven. De vergrijzing en vermindering van het ledenbestand zullen redenen zijn geweest.

Familie Bours, Catsop

Lees meer

1982 Zakkenfestival

Op de foto: Vaste deelnemer Sinne Sietsema in actie. Speaker Sjeng Meijers staat achter ballustrade, 3e van rechts met hoed. (klik op afbeelding voor vergroting)

Begin jaren 80 van de vorige eeuw (wat klinkt dat lang geleden....) stond Elsloo regelmatig in de regionale krant vanwege de ludieke acties die kolderstichtingen Calvé en Emoru organiseerden.
Een grote trekpleister gedurende een aantal jaren was het Zakkenfestival. Zoals u op de foto kunt zien stonden daarvoor in 1982 meer mensen op de Maasberg dan voor het NK Wielrennen anno 2010.....

Plaatselijke notabelen stonden in de rij om zitting te nemen in de meest waanzinnige jury's of lieten zich door honderden inwoners met overrijpe tomaten bekogelen. Uit respect voor de families zullen we hun namen hier niet vermelden....We zullen de aanblik van de Dorpsstraat na afloop nooit vergeten....

Het bestuur van beide stichtingen werd gevormd door Piet Ronden, Lei Ummels en Fons Meijers. Zij werden terzijde gestaan door tante Sjanet, nonk Pol uit Dilsen, geheim agent 47-12, ome Sjang en ome Ties maar vooral door Wullem (Schulpen) van Eigenwijks. Die plaatste de georganiseerde onzin steevast in de dagelijkse rubriek Eigenwijks in dagblad De Limburger.

klik op afbeelding voor vergroting

klik op afbeelding voor vergroting

Citroen Ami

Een verhaal van Jo Smeets

Waar draait het vaak om in de jongenswereld? Meiden en auto’s is een simpel antwoord. Auto’s die natuurlijk binnen je beperkte geldelijke budget passen.

Toendertijd, eind jaren 70 begin jaren 80 zijn in onze kring automerken als Renault 4, Volkswagen Kever en het merk Citroën populair. Zo is snelheid geen criterium voor onze aankoop. Geen bonkende Golf GTI met een uitlaat die eruit ziet en klinkt als een melkbus. De hoofdrol in de navolgende verhalen is de Citroën Ami van een vriend......

citroen ami

Met deze auto gaan wij begin jaren 80 met Kerstmis naar Parijs voor enkele dagen in het Hilton Hotel aldaar. De avond voor Kerstmis stroomt heel Parijs leeg. Althans zo te zien, als onze eindbestemming in zicht komt, aan de andere zijde van de vangrails.
Hiervoor al stelt het geringe volume van de benzinetank ons opeens voor problemen. Is er nog voldoende benzine tot het volgende tankstation? Wij zijn Nederlandse afstanden gewend tussen de pompen. Het wijzertje noopt de chauffeur op enig moment om zelfs de snelheid zodanig te laten zakken, dat wij half op de snelweg en half op de vluchtstrook rijden. Dit om de medeweggebruikers niet al te zeer te hinderen.
Parijs wordt gehaald zonder dat de auto komt stil te staan.

Na het inchecken in het hotel, maken wij kennis met het verschijnsel autolift. Wij rijden deze lift in, dalen een aantal meters, vervolgens is er de parkeergarage van het hotel. Ons plan is om de auto hier te laten staan en ons te verplaatsen met de metro. Slechts Kerstavond is dit gebeurd. Hierna is zij gebruikt om Parijs te doorkruisen.

De hotelgarage in, dat was vlotjes verlopen. Echter uit de garage op de openbare weg geraken, dat is andere koek. Nadat wij uit de autolift rijden, staat de auto voor een korte helling van zo’n 10 % die overwonnen moet worden. Aan het einde hiervan is een rolluik. Wij zijn  klaar om de sprong naar buiten te maken. Een muntje in een gleuf en het straatrolluik gaat omhoog. Met z’n drieen zitten wij keuvelend in de Ami maar halverwege de helling blijven wij hangen. De motor lukt het niet om die laatste meters te overbruggen. Wij laten ons terugrollen. Hoe dit nu oplossen?

Er stapt 1 passagier uit en proberen meer vaart te ontwikkelen voor het begin van de steile helling. Tot overmaat van ramp verdwijnt het daglicht weer. Na enige minuten gaat het rolluik weer omlaag, want je mag toch verwachten dat een auto dan op de Parijse klinkers staat. Degene die uitgestapt is, gaat naar de receptie om nieuwe muntjes te halen. Uiteindelijk zijn wij ontsnapt en de Citroën Ami is die Kerstdagen niet meer in de garage geparkeerd.

demonstratie kruisraketten

Deze Ami speelt ook een rol als wij jongeren uit Elsloo onze stem gaan laten horen tijdens de demonstratie tegen de plaatsing van de kruisraketten zo’n vijfentwintig jaar geleden. Met z’n drieën moeten wij aanwezig zijn bij die demonstratie op het Malieveld te Den Haag. Echter de verwachte drukte en lange reis vanuit Limburg doet ons besluiten om de avond ervoor af te reizen. Overnacht wordt in de Ami. Kortom die ochtend meteen klaar voor aktie. Enkele slaapzakken worden in de auto gelegd en op naar ons regeringscentrum.

Onze night on the town duurt tot het sluitingsuur van het café. Twee uur ’s nachts staat wij op de stoep. Nou ja, een rustig plekje zoeken en proberen wat te slapen. De chauffeur rijdt rond en opeens is er een weg die door een bossage loopt. Dit lijkt ons wel geschikt om te bivakkeren. De autoraampjes worden op een kier geschoven, om frisse lucht binnen te laten. Wij installeren ons zo goed en kwaad als dit kan in deze kleine ruimte en proberen onder zeil te gaan.

De rust om ons heen is echter van korte duur. Het aantal auto’s dat langzaam onze Ami passeert begint flink toe te nemen. Ook lopen er personen tussen de bomen. Op dit tijdstip wel erg vreemd die drukte. Opeens wordt het ons helder. Wij jongens uit het dorp staan geparkeerd midden op een homo-ontmoetingsplek waar het gonst van de aktiviteiten. Wij zijn blijven staan hebben geslapen en verder is niets gebeurd.

’s Ochtens hebben wij ons gewassen en gegeten in een nabijgelegen groot winkelcentrum. Deelgenomen aan de demonstratie en geluisterd naar de bevlogen sprekers. Onze proteststemmen hebben geklonken.        

Het Priesterschap

Door Jo Smeets

Begin vorige eeuw zijn de meeste gezinnen in Limburg groot. Aan het hoofd staat een vader en moeder en een redelijk aantal kinderen lopen in hun kielzog. Er is bijvoorbeeld nog geen AOW, dus. De invoering hiervan is in 1957. Mijn grootmoeder is hoogst verbaasd over het feit, dat zij plotseling maandelijks een aardig bedrag krijgt van vadertje Staat.

priesterHuubClaessen2

Het is in die tijd een hele eer als een van de vele kinderen zijn leven gaat wijden aan God oftewel in het klooster trad of priester word. Zo gaat de oudste broer van mijn moeder (Huub Claessen) voor priester studeren. Hieraan ten grondslag ligt de roeping. Wat dit begrip precies inhoudt, zal voor ons buitenstaanders moeilijk te bevatten zijn. Studeren? Het is in die tijd eind jaren 40 al een zeldzaamheid als iemand naar de Lagere Technische School gaat. Na de lagere school (als je deze afmaakt) moet je met je handen de kost verdienen. Het is een voldongen feit, dat je dit je verdere leven zult moeten doet.....

Lees meer

Carnaval

Een verhaal van Jo Smeets.

In de eerste helft van de vorige eeuw is in elk dorp de jaarlijkse amateurtoneeluitvoering samen met de twee kermissen eigenlijk de enige mogelijkheid om samen eens het glas te heffen. De repetities voor toneel of fanfare zijn verder de enige twee mogelijkheden om de huiselijke haard eens te ontvluchten. De alom heersende armoede zorgt er voor, dat men voor plezier geen geld heeft.

Op de foto 'nne echte: Jack Penders van Zaate Hermenie Sjöt In

Toch is er nog een jaarlijks hoogtepunt aan de vooravond van de katholieke Vastenperiode namelijk “vasteaovend”. Met carnaval verkleedt men zich met eenvoudige middelen en gaat op stap, om samen lol te maken in de plaatselijke cafes. Plekken die toen nog in elk dorp ruim voorhanden zijn.

De aftrap van de drie dolle dagen in Elsloo is al ’s vrijdags en wel het patsjebal in café Bie Willemke te Catsop. De buurtvereniging organiseert dit om haar kas te spekken. Iedere betalende bezoeker krijgt een papieren pet (patsj) op z’n hoofd gedrukt. Als tevens de alcohol z’n werk heeft gedaan, is het meezingen en aansluiten in die polonaise.

Een oom uit Geverik is bij ons op bezoek, met mijn ouders raakt hij verzeild op dit feest. Afgezien van het plezier en een knallende hoofdpijn de volgende ochtend (hij brengt de nacht bij ons door slapend in de rookstoel) kan hij z’n fonkelnieuwe schoenen in de vuilnisemmer gooien. Slechts 1 dag heeft hij het paar gedragen, door de grote drukte in het café zijn zij in enkele uren afgetrapt. Voor hem is het uitgedraaid op een duur avondje “plenke” in de buurgemeente. Hij is er niet rouwig om.

Buurtvereniging Catsop is er veel aan gelegen, om goed voor de dag te komen in de carnavalsoptocht. Alles begint met een leuk idee en dit vervolgens realiseren. Weken voor die rondgang gonst het van de activiteiten in de diverse boerenschuren. Het geluid van timmeren, veel lachen om grappen, soms een harde vloek.

Hieronder een filmpje uit Maastricht. Kijk hoe men zich begin jaren 60 verkleedde!

De Elsloose huisschilder Hermans zet heel wat vierkante meters en vele papiermachefiguren in fleurige kleuren. De vrouwen laten hun naaimachines ratelen om de verkleedpakjes op tijd klaar te hebben. Al deze stukjes van de puzzel moeten uiteraard op carnavalszondag in elkaar vallen. Die zondag gaat het spel letterlijk op de wagen. ’s Ochtends verzamelen zich de optochtdeelnemers in de veranda van familie Vranken om te worden geschminkt en krijgt de carnavalswagen de laatste likken verf.

Na afloop van de optocht is er dat spannende moment, het uitroepen van de mooiste praalwagen en groep. Weliswaar wordt altijd gezegd meedoen is belangrijker als winnen, maar toch wil Catsop graag winnen. Heel wat keren gaat de 1e prijs mee terug naar ons gehucht. Mannen als T. van Es, H. Vranken en J. Wilting nemen de buurt op sleeptouw en zorgen er voor dat iets van de grond komt. Vele uren steken zij belangeloos en zonder te morren in deze buurtvereniging. Hiertegenover staat het plezier om samen, met vallen en opstaan, iets te maken. Het resultaat moet zo zijn, dat ’s zondags de toeschouwers zeggen: “Die van Catsop houwe toch de sjwoanste groep en wage”.

Voor een kind zijn deze drie dagen in het jaar heel apart. Je mag je verkleden, weliswaar is er niet veel keuze: cowboy, indiaan of chinees. Vader of moeder blakert een flessenkurk zwart en tekent hiermee een snor en bakkebaarden op je gezicht. Als chinees wordt je hele gezicht geel gemaakt. Deze metamorfose zorgt er voor, dat je als kind enige dagen in een andere wereld verkeert. Over je dagelijkse kleren heen draag je nu een spannend kostuum. Dit wordt gecompleteerd met een klapperpistool in je riemholster of een pijl en boog hangend op je rug. Het geknal van het geweer en de geur van “solfer” maakt het net echt. Deze entourage zorgt dat het buiten spelen met je vriendjes 10 keer spannender is dan al die andere dagen in het jaar.

Vrije tijd in de 60-er jaren

Door Jo Smeets

“He joch wil je met ons komen voetballen”: vragen twee bekende Nederlandse voetballers in het tv-reclamefilmpje. Het jongetje heeft op dat moment geen tijd, maar hij blijkt ook de andere dagen van de week geen tijd te hebben. Hij heeft de hele week al activiteiten gepland. De kalendernotitie zegt hem waar naar toe. Wij kinderen in de jaren zestig hebben zeeën van tijd, tijd die we zelf moeten invullen.

Op de foto aanleg zand- en kiezelberg, het "slagveld" voor de jeugd in vroegere jaren.

Het klinkt kinderen nu misschien vreemd in de oren, maar er is een periode geweest dat playstation, pc-spelletjes, dagelijks tv kijken, niet bestaan.
Wij kinderen in Catsop in die jaren 60 houden ons in onze vrije tijd op andere manieren bezig. Opgroeien in die jaren betekent heel veel buiten en in de natuur zijn.

Lees meer

De boerderij...herinneringen aan Catsop

Door Jo Smeets

Om te eten stap je vandaag de dag een keer per week in de auto en rijdt naar de supermarkt. Van een liter melk tot een plastic zak aardappels belandt in het winkelwagentje, alles eindigt op de lopende band bij de kassa. Het is wellicht aardig om even stil te staan bij het feit dat vlees, groenten en fruit ergens vandaan moeten komen. Iedereen vindt het nu vanzelfsprekend dat de zuivel- of groenteafdeling zeer ruim is gesorteerd (je kan er nu produkten uit de hele wereld kopen). Waar liggen nu allemaal die boerderijen?

Op welke manier voedsel ontstaat, is voor opgroeiende jeugd in Catsop in de jaren zestig spelenderwijs op de voet te volgen. Het aantal boerderijen is er groot. Zelfs zo groot dat de Boerenbond er een winkel heeft waar zaden, en verder haast alles dat nodig is om een boerderij draaiende te houden, te koop is.

Over nering gesproken, er zijn verder nog twee kruidenierszaken, een schilderswinkel, een cafe en een slagerij. Deze slagerij, een dependance van de slagerij in de Dorpsstraat te Elsloo, ligt aan het plein Op de Dries (zie foto boven) Dit plein is voor een deel van de spelende jeugd het episch centrum van Catsop in die jaren. Na schooltijd, de woensdagmiddag en zaterdags, altijd zijn er wel enkele jongens te vinden.

Aan het plein liggen enige boerderijen die in vol bedrijf zijn. De boerderijen van Driessen en Cobben. Onze interesse gaat vooral uit naar de boerderij van Cobben.
Zijn het de twee zonen van Cobben die ongeveer even jong zijn als wij, of is hun dochter hieraan debet? Trouwens de familie Driessen is ook ruim voorzien. Het dagelijkse boerenbedrijf van de familie Cobben maken wij van dichtbij mee. Als er drinkwater gebracht moet worden naar de koeien in de beemd aan de Maas te Elsloo, zitten wij jongens achter elkaar op het grote langgerekte ijzeren watervat. Je voelt je als een cowboy te paard met een weids uitzicht.

Altijd heeft boer Fritske van Cobben jeugd om zich heen zwermen. Jeugd die soms in het veld onder zijn wakend oog op de tractor mag rijden, jeugd die hem natuurlijk helpt. Want op een hof moet van alles gebeuren: hooien, aardappelen rooien, “krwatten sjarren”, het vee verzorgen, fruit plukken, te veel om op te noemen. Hier kan geen dag van het jaar voorbij gaan zonder werken. Fritske en Lieske hebben er nooit moeite mee dat wij uren doorbrengen op hun grote erf. Verder is hij altijd vergezeld van enkele honden die o.a. op de treeplank van de rijdende tractor zitten. Zij komen van pas bij de hobby van Fritske, de jacht.

De voormalige boerderij van Frits Cobben. Rechts naast de poort zijn de contouren nog te zien van de goal die Frits er op schilderde; hij voetbalde altijd met de jeugd. (foto Pierre Reubsaet)

Een van de jaarlijks terugkerende dingen bij een, toen nog overal gemengd, boerenbedrijf is het spuiten van de fruitbomen tegen ongedierte. Milieuvoorschriften voor het gebruik en sterkte van het gif is iets waar nog niet ernstig op wordt gelet. De vloeistof  waarmee de bomen gespoten worden is geel. De lichte vacht van de honden die natuurlijk meegaan is eigeel als zij terugkomen van deze klus. Fritske houdt even de waterslang op hen en ze zijn weer schoon.

Als het  “huij” binnen ligt spelen wij met de hooibalen. Burchten worden gebouwd en vervolgens door onze belegering weer omvergehaald. Er een jeugdserie Ripcord op tv. Het leukste in deze serie is het parachutespringen uit een Cessna. Natuurlijk spelen wij dit na in de hooischuur. Je klimt langs de houten sporten van de rechtopstaande ladder omhoog en de grootste durfal springt zo’n tien meter naar beneden in het hooi met de kreet ripcord.

Foto: Hof van Catsop

Op het erf van Cobben woont tante Cor. Zij is zeer moeilijk ter been en verplaatst zich binnenshuis met loopkrukken. Als zij al eens naar Elsloo gaat, heeft zij een rolstoelfiets die zij met haar armen moet voortbewegen. Moet zij richting Kapel dan duwt men haar karretje omhoog en een dubbeltje is verdiend. Wij kinderen zijn vaak bij haar te vinden. Er staat namelijk een magisch houten kastje waarop je bewegende beelden kunt zien....
In die tijd, begin jaren zestig, is dit in zeer weinig huiskamers te vinden.Ontelbare keren is het voorgekomen, dat haar kleine woonkamer propvol kinderen zit, om bijv. naar een jeugdprogramma te kijken. Die programma’s leveren ons kinderen weer inspiratie om dingen te doen.
Tante Cor leeft jarenlang achter de schuurpoort op slechts enkele tientallen vierkante meters. Buiten aan haar voeten ligt de “mestem” van de tegenoverliggende koeienstallen. Zij is ogenschijnlijk tevreden met haar tv, speelkaarten (patience) en aanloop van buurtbewoners.

Op hetzelfde erf woont Pieke achter de Pool. Deze man leeft een kluizenaarsbestaan. Slechts zeer weinigen zijn ooit bij hem in huis geweest. Wij kinderen zijn bang voor deze altijd in het zwart geklede norse man. Zijn hond Tillie is zijn enig gezelschap. Naarmate de jaren verstrijken, wordt hij toch wat toeschietelijker. Tijdens een zomervakantie ’s ochtens vroeg bij het vissen in de Maas, bij het toenmalige veerpontje naar Belgie, te Elsloo hebben mijn broer en ik beet. Tot onze verbazing hangt er geen vis aan de angel maar een ziekenfondsbrilletje. Later die dag zit Pieke op de rustbank op De Drees, hond Tillie ligt op z’n schoot, wij laten hem onze vangst zien. “Is dit niks voor jou?” Hij zet het brilletje op en zegt: “verdorie ik zie veel beter dan daarnet, hij is verkocht”. Wij zijn een gulden rijker, toen een fors bedrag.

Zo hebben wij in onze vlegeljaren vele uren op een plezierige wijze zoek gemaakt op de boerderij van familie Cobben, want geen dag lijkt er op de vorige dag.
Tevens hebben wij iets opgestoken over het wonder dat natuur heet.


Zie hier artikelen over de historie van Catsop:

Catsop deel 1
Catsop deel 2
Mijmeringen over Catsop door Pierre Lemmens


Wielrennen....een terugblik....

Door Jo Smeets

De wielersport kan, in de jaren zestig, tijdens ons jeugd op veel belangstelling rekenen. Elsloo is natuurlijk jarenlang het wielerdorp in de Westelijke Mijnstreek. Coureurs als Sjefke Janssen, Jan Nolten, Harrie Steevens, Arie den Hartog, Henk Steevens, Leo Steevens en Jan Tummers wonen er of hebben er gewoond. Waarom word je fan van het wielrennen? Is het misschien omdat in 1968 een van de eerste edities van de Amstel Gold Race finisht op het Mergelakker te Catsop? De winnaar dat jaar Harrie Steevens met als bijnaam “de witte” is geboren en getogen in Elsloo. 

Je vergeet nooit meer dat zingen van die duizenden blinkende wielspaken, de geur van massageolie en al die kleuren als het peloton voorbij zoeft. Namen als Caballero, Peugeot, Mercier, Flandria en Willem II sieren truitjes en petjes. De profwielrenner toen is nog geen fietsende reclamezuil zoals nu. Na afloop van de Amstel Gold race, bedelen wij kinderen bij de publiciteitswagen van de wielerploeg om een foto met handtekening. Nog maar enkele wielerploegnamen uit die jaren:  Pelforth, Wiel’s, Salvarani, Kas, Mann. Wat veroorzaakt deze magie in onze nog kleine wereld? Is het de ongekende bombarie als deze caravan je duttende straat passeert.

Sjefke Janssen foto H.Rouvroye

Een zeldzame foto van Sjefke Janssen, beschikbaar gesteld door Harry Rouvroye

JanNoltenPontiac

Jan Nolten (met dank aan www.dewielersite.net)

Waarom wielrennen? Is het omdat je met slechts een gebruiksvoorwerp de fiets en door wilskracht en trainen, trainen, en talent toch jezelf kunt verbazen. Na een lange periode van opoffering uiteindelijk zelfs gaan behoren tot de professionals. Het ultieme doel is natuurlijk, staan op die allerhoogste plek van het erepodium met beker en bloemen en een mooie meid die je kust.

Lees meer

Merken die niet meer bestaan maar niet zijn vergeten

Zelfs als twintiger kun je wel merken noemen die al lang tot het verleden behoren en een sterk merk kan zelfs nog tientallen jaren na haar bestaan bij velen nog op het netvlies gebrand staan. Tijd voor een kleine zoektocht.

Koetjesrepen, Raak, Matel, Kwatta, Royco, Benbits, Fido Dido, Talpa, BASF, Tjolk, 49R Jeans, Simca, Smarties, Cavello, Oxbow, Kappa, Hoppa, Rang, Popla, Daewoo, Zundapp, Jif, Domo vla, Treets, Skoll, Snor, Pastachoco, La Gear, Australian, Raider, Bonitos, Shandy, Exota, Diadora, Huba-Buba, Popfoto, Mon Chi Chi aapjes, Vim, Sunlight, 3es, Lolo, Flippo’s, Dufties, Javelin, Petje Pitamientje, Caraco, Dutchtone, Libertel, PTT, Tripper, King Corn, Mexicaantje, Nesquik en Sporthuis Centrum.

Zomaar een greep uit wat mensen gaan roepen als je ze vraagt om spontaan merken te noemen die niet meer bestaan. De kracht van deze merken spreekt voor zich, vaak is het zelfs zo dat een merk of product al meerdere keren van de markt is gehaald maar toch weer verkrijgbaar is. Bijvoorbeeld Tjolk, het pakje sap dat door menigeen vroeger naar binnen werd geslurpt, komt weer terug. En dit keer in een biologisch verantwoorde hippe vorm. Maar merken waarvan je dacht dat ze al lang weg waren bestaan ook nog, zoals NAFNAF dat nog steeds een modern modemerk is. Of soms is het al zo oud dat het meer retro gevoelens oproept dan dat je het nu nog in de schappen denkt te vinden, zoals Yoki drink. Ze bestaan nog. 

Veel producten bestaan nog steeds, alleen de merknaam is gewijzigd. Ken je bijvoorbeeld Raider nog? De twee smalle repen, een koekje met een laag caramel erop en chocola eromheen, bestaan nog steeds onder de naam Twix. Maar in 1968 kwam deze versnapering als Raider op de markt in Groot-Brittanië. Toen de Raider later de oceaan overstak naar de Verenigde Staten werd voor de naam Twix gekozen voor een betere marktpositionering. Toen de Twix, wat afgeleid is uit de woorden twin en biscuits, daar eenmaal succes behaalde werd de naam langzaam aan wereldwijd doorgevoerd.

Maar ook kledingzaken zijn in de loop van de tijd gewijzigd in merknamen. Wist je dat Mexx een samenvoeging is van Moustache (voor mannen) en Emannuelle (voor vrouwen)? De Nederlandse keten Hij (en Zij) ging veel later dezelfde wijziging door met de verandering naar We. En ook in de telecomsector is die trend zichtbaar geweest, want wie heeft er niet gebeld met Libertel of Dutchtone? Sterker nog: Ben was een enorm sterk merk dat onlangs weer opnieuw het levenslicht heeft gezien.
Andere merken die niet meer bestaan maar waarvan je het product nog wel kunt kopen zijn de Treets die nu als M&M’s door het leven gaan en veelal merken die mee moesten gaan met de internationale benaming. Zo praat iedereen nog altijd over Jif, al staat er nu Cif op de fles.

Hypes en Trends
Merken komen en gaan ook met de hypes die ze ondergaan. Zo was de muziekhype in de jaren negentig de oorzaak van de populariteit van kledingmerken als Cavello en Australian. Maar Nike heeft nog steeds succes, al zie je de klassieke Air Max schoenen niet meer terug. Een andere hype uit de 90’s zijn de flippo’s, de plastic schijfjes die verstopt zaten in de zakken chips van Smiths. Overigens ook weer een merk dat niet meer bestaat en nu onder Lay’s wordt verkocht.
Naast de hype kan ook de trend een merk doen beëindigen, kijk maar naar de digitalisering die een einde maakte aan de cassette tapes. Een merk als BASF is als fabrikant van beeld- en geluidsdragers nooit meer terug gekomen.

Oude bekenden

“Ik heb zooooo’n dorst!”, alleen de limonade was niet genoeg. De Punica Oase was de uitkomst, en spontaan speelde het tekenfilmpje op tv zich in de woonkamer af. Deze gaan we niet snel meer vergeten.

Koning, Keizer, Admiraal, Popla kennen ze allemaal. 1…2…3…4… Het bekende toiletpapier was bekend door de getekende commercials waarvan iedereen de tekst wel kon meezingen. Popla bestaat al een tijd niet meer, maar was helemaal hip om op het toilet te hebben in de jaren tachtig en negentig!
Klik hier om de video te bekijken

Kijken we tegenwoordig met bewondering naar de successen van ijsmerken als Ben & Jerry’s, vroeger was dat gewoon Caraco ijs uit Hellendoorn! De fabriek staat er nog steeds maar wordt vandaag de dag gebruikt voor het produceren van ijs voor onder andere Ola en Hertog. Het mannetje met de Mexicaanse hoed staat echter bij menig ijs-eter nog op het netvlies.

Petje Pitamientje
Eerlijk is eerlijk, Calvé Pindakaas bestaat nog steeds. Wat sterk is aan dit merk is dat kinderen bijna altijd een hoofdrol spelen in de commercials. Zo ook in 1983 toen Petje Pitamientje op tv kwam in de nieuwe Pindakaas commercial. Het mannetje van vier die de V van Vitamine als P uitspreekt en ook nog een petje op heeft had al gauw zijn bijnaam gevonden. Hij werd een ware volksheld, en eerlijk is eerlijk: de commercial is geweldig. Het hele verhaal van de commercial is overigens ook leuk om te lezen.
Klik hier om de video te bekijken

Eindeloos
En zo kunnen we hele websites vol gooien met reclames uit het verleden, maar gelukkig zijn anderen daar al druk mee bezig geweest. Zo is het Reclamearsenaal een mooi begin om het reclame erfgoed van Nederland terug te kijken. Of zet je zoektocht op VKBlog, Hyves en Fok voort.

(bron: Spotlight Effect)

Top 40 - 1970

Muzikaal topjaar 1970

Ofschoon uw redacteur in 1970 helemaal niets had met de Top 40, hebben toch een aantal titels uit dat jaar een vaste plek verworven in zijn geheugen (voor zover daar sprake van kan zijn als je van jaargang 1953 bent) en in de muziekhistorie. Het was in de hoogtijdagen van het plaatselijk jongerencentrum (toen nog soos geloof ik) Utopia. Plaatselijke deejay's als Jean de Pender, Jan van Loenen en Loe Fredrix zorgden dat elk weekend (van 19.00 uur tot 23.00 ofzo...!) honderden tieners uit Elsloo en verre omstreken zich opperbest vermaakten. Misschien moeten we op deze plek nog een herinneringen ophalen aan die tijd?! 

Maar goed, 1970 was absoluut een muzikaal topjaar dat z'n weerga niet kent! Bekijk de onderstaande opsomming maar eens!
Nummers als White Rabbit/Somebody to love van Jefferson Airplane, Paranoid van Black Sabbath, Are you ready van Pacific-Gas and Electric, Sympathy van Steve Rowland & The Family Dog, Whole lotta love van Led Zeppelin, See me feel me van The Who, Who'le stop the rain van Creedence Clearwater Revival, Spirit in the sky van Norman Greenbaum, House of the rising sun van Frijd Pink, Let it be van The Beatles, Jin-go-lo-ba van Santana, American Woman van The Guess Who, Black Night van Deep Purple, Room to move van John Mayall (werden we gek van in Utopia) I'm a man van Chicago, She was naked van Supersister, Voodoo Chile van Jimi Hendrix, Get ready van Rare Earth (de lange versie!) My sweet Lord van George Harrison, Who do you love van Juicy Lucy, Sex Machine van James Brown, The letter van Joe Cocker, Appleknockers Flophouse van Cuby&The Blizzards, Ridin' on the L&N van The Bintangs, The green mahalishi van Fleetwood Mac, maar vooral In-a-gadda-da-vida van Iron Butterfly zijn  onvergetelijke evergreens! U zult wellicht nog andere klassiekers verheugd terug vinden in dé ultieme jaarlijst: 1970. De meesten met link naar Youtube video of audio.

De kwelgeest van 1970?! I.O.I.O. van The Bee Gees (met dank aan Jean de Pender)

200px BeeGeesIOIO